RP Logo ster 80 (VV)RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
  RP VOERTUIGEN
De technische patrouillewagen TPW



De TPW - Een unieke verschijning.

De Technische Patrouille Wagen (TPW), een Citroën HY 1500, was bij de in gebruik neming meteen al een unieke verschijning op de Nederlandse wegen en ... ver daarbuiten. De keuze op deze wagen was gevallen om diverse redenen zoals een lage laadvloer, een grote inwendige hoogte en er was bovendien voldoende ruimte voor de berging van materiaal en voor het plaatsen van een tafel met stoeltjes bijvoorbeeld voor het afnemen van verhoren.

Een belangrijk facet was uiteraard de inrichting waarvoor met name de opperwachtmeester J.de Groot van de Verkeersgroep Doetinchem was aangetrokken. In samenwerking met het Bureau Verkeerzaken, de Inspecteur Motormaterieel, de Politie Technische Dienst en de Politie Verbindingsdienst maakte hij alle tekeningen voor kasten en laden waarin het materiaal 'rammelvrij' kon worden opgeborgen.

HVT H3 01(7V)

 Koningin Juliana toont belangstelling voor het interieur van de TPW. Rechts kapitein Vogel en opperwachtmeester J.de Groot die een belangrijke aandeel had bij de inrichting van de wagen.

De eerste TPW werd in november 1959 in gebruik genomen door de verkeersgroep van het district Apeldoorn kort daarna gevolgd door de districten Utrecht, Amsterdam, Den Haag, Leiden, Dordrecht en Nijmegen. Reeds op 30 november tan dat jaar kwamen alle groepscommandanten, die in het bezit waren van een TPW, op De Varenkamp in Bilthoven bijeen voor een oriënterend gesprek over de nieuwe aanwinsten. Eensluidend was hun conclusie: 'Fantastisch.'

Gezellig.
Ook de weggebruiker blijkt ingenomen te zijn met de TPW; willen we adjudant D.A.E. van den Berg uit Apeldoorn geloven. 'Het publiek reageert gunstig op de nieuwe verschijning. Men stopt, vraagt om hulp en raad en men ziet in deze moderne verkeerspatrouille een vriend en helper. En zo moet het ook; de politie in dienst van de gemeenschap,' meldt de adjudant nadat de Verkeersgroep Apeldoorn zo'n 10.000 kilometer met het voertuig heeft afgelegd.

Ook echter de RP-ers die niet tot de verkeersgroep behoren treffen het met de nieuwe aanwinst. Adjudant Van den Berg weet er alles van. Bijna dichterlijk verhaalt hij over die bitter koude decembermorgen toen enkele RP-ers naar een verkeersongeval werden gedirigeerd. 'De ijzige wind sneed onbarmhartig door de kleding van de assistentie verlenende politieambtenaren. De ijskoude regen striemde de gezichten en de handen van hen die ambtshalve ter plaatse aanwezig waren.
Totdat de TPW in korte tijd verscheen. Dan is het de moeite waard om in een verwarmde wagen, heerlijk droog op een stoel aan een tafel te zitten voor het maken van de noodzakelijke notities. Dan is het gefluit van de snijdende wind en van de spetterende regen buiten tegen de auto, plotseling gezellig ... '


Ondanks enkele gebreken zou de Citroën (in totaal werden er 180 aangeschaft) 27 jaar lang deel uitmaken van het RP-wapenpark. In november 1986 reden het hoofd van de technische afdeling van de Verkeersgroep Breda, Theo Gerrits, en de technisch controleur Frans Raats, de laatste TPW naar de jeugdgevangenis in Zutphen voor een laatste, grote beurt om daarna 'bijgezet' te worden in het RP-museum in Apeldoorn.

Eind van de jaren zestig werd besloten het aantal TPW's aanmerkelijk te reduceren. Elk district kreeg maximaal 2 wagens. Een en ander was een direct gevolg van nieuwe inzichten. De taak van de TPW-bemanning was, zoals eerder vermeld, hoofdzakelijk een technische aangelegenheid. Uit gegevens was echter komen vast te staan, dat 90 procent van de ongevallen een gevolg was van het niet juist naleven van de gedragsregels; slechts 10 procent van het aantal ongevallen was een gevolg van technische gebreken. Ook de motorisering van de landgroepen met motoren en ULM's maakte het mogelijk sneller de plaats van een verkeersongeval te bereiken. Bovendien werd steeds minder een beroep gedaan op de verkeersgroepen door de invoering van de zogeheten blikschaderegeling waardoor de bij de aanrijding betrokken partijen konden volstaan met het invullen van een rapportje.

Daarom werd een begin gemaakt met de vervanging van de TPW voor de snellere Mercedes 307 (grote TPW) terwijl voor de kleine TPW de ruim 70.000 gulden kostende Mercedes 300 werd aangeschaft.

HVT H3 04 (7V)Wieldrukmeter met loadometer door de wachtmeester 1e klas Hoorn en van der Heijden van de Verkeersgroep Den Haag.

De reorganisatie van de verkeersgroepen verliep aanvankelijk moeizaam. Met name de samenstelling van het basisplan en de vele sub-rapporten voor de diverse onderdelen vereisten meer tijd dan verwacht. Vooral de uitbreiding van de totale sterkte van de verkeersgroepen van 500 naar 1.000 man gaf de nodige hoofdbrekens. Toch waren in het vroege voorjaar van 1960 de eerste positieve resultaten zichtbaar.
De hogere surveillancefrequentie wierp haar vruchten af en de TPW bewees zijn diensten met name door toepassing van de ervaringen die waren opgedaan door de verkeersgroep van het district Apeldoorn.

'De Witte Valken' werden de leden van de versterkte Verkeersgroep Apeldoorn weldra genoemd nadat op de beruchte Zuiderzeestraatweg tussen Nijkerk en Oldebroek (Rijksweg 28) - ook wel de Dodenweg genoemd - een verscherpte, intensieve surveillance werd uitgevoerd van ' s morgens zeven uur tot' s avonds elf uur. Eigenlijk was het een experiment, dat in opdracht van de Algemeen-Inspecteur door het Bureau Verkeerszaken in samenwerking met de Algemene Dienst van de Rijkswaterstaat werd uitgevoerd. Op 1 oktober 1959 werden, in plaats van één patrouillewagen, drie opvallende patrouillewagens ingezet, voorzien van mobilofoon en blauwe zwaailichten. Het experiment, moest antwoord geven op de vraag of een versterkte patrouille met opvallend materiaal een gunstige invloed zou hebben op het algemene verkeersgedrag. Tevens was de proef bedoeld om een inzicht te krijgen in de in de toekomst meest productieve surveillance. Hierbij werd vooral gedacht aan een voortzetting van de uit andere Europese landen overgewaaide methode om overtreders van achteren in te halen, zoals een 'witte valk' zijn prooi aanvalt.

Voordien reed de patrouillewagen met een matig gangetje in de verkeersstroom mee; dikwijls een obstakel voor overige weggebruikers. Bij de nieuw ingevoerde methode reden de leden van de Apeldoornse Verkeersgroep van adjudant D.A.F. van den Berg met een snelheid van gemiddeld tachtig á vijfentachtig kilometer per uur om de zondaars in de rug aan te vallen. Als gevolg daarvan werden veel meer overtredingen dan voorheen geconstateerd. Van een 'pardon' was geen sprake en zeer zeker niet bij foute inhaalmanoeuvres.
Met de ervaringen opgedaan door De Witte Valken werden in januari 1960 vier TPW's ingezet bij de Verkeersgroep Bilthoven. De groep werd bovendien tijdelijk op een voor de toekomst ideaal geachte sterkte van zestig man gebracht door van iedere verkeersgroep in den lande één man naar Bilthoven te detacheren.

De vier TPW’s werden ingezet in de vier kringen van het district terwijl op Rijksweg 2 (Amsterdam-Vianen) en rijksweg 12 (Woerden-Veenendaal) nieuwe, snelle patrouillewagens weldra succes zouden boeken met name door hun preventieve werking. Bovendien werden er meer dan voorheen surveillances uitgevoerd op B-wegen, zo ook in de nachtelijke uren.
Door de uitbreiding en intensieve controles moest wel het aantal personeelsleden worden uitgebreid. Besloten werd burgers in dienst te nemen als technisch assistent. Zij kregen een opleiding van drie maanden op De Varenkamp.

HVT H3 02(7V)

Wachtmeester 1e klas Kerkhof (AVD) aan het werk in de kleine TPW (Hanomag).

Het is de moeite waard om in een verwarmde wagen, heerlijk droog op een stoel aan een tafel te zitten voor het maken van de noodzakelijke notities. Dan is het gefluit van de wind plotseling gezellig. 

Het interieur van de Technische Patrouille Wagen was doelmatig en zeer uitgebreid met onder meer:
- Fotografische apparatuur
- Wegafzettings- en ander obstakelmateriaal waaronder rubberkegels, hand- en signaallampen.
- Verkeerstechnisch matenaal zo als : Tapleymeter, wieldrukmeter, grijze schijf , luchtdrukremapparatuur, remspoormeetapparatuur en uitdeukmateriaal.
- Een uitgebreide set gereedschappen, een werkbank met bankschroef.
- Een bureau met schrijfmachine.
- EHBO-uitrusting.
- Watertank.
- Een compleet lichtaggregaat voor eigen stroomvoorziening, hetgeen met name op het platteland belangrijk was.
- Statieven voor breedstralers die op het dak konden worden bevestigd.
- Een 100 meter lang verlengsnoer.
- Mobilofoon.

 
 
 
De Citroen HY 1600. (1959 - 1986)
 
TPW HY KB dec 1959 (1) (VT)    TPW HY KB dec 1959 (2) (VT)
 
   TPW HY KB dec 1959 (4) (VT)
 
TPW HY KB dec 1959 (6) (VT)
Bron Korpsblad december 1959.
 
 
 
 
 
 
 
 

Een witte technische patrouillewagen ('TPW') Citroën HY 1600 (kenteken 37-VB-09), gebruikt door de rijkspolitie
Een witte technische patrouillewagen ('TPW') Citroën type HY 1600 met het kenteken 37-VB-09, gebruikt door de rijkspolitie. Deze wagen was in gebruik bij de verkeersgroep Breda van het Korps Rijkspolitie. De toenemende verkeersdrukte en het stijgende aantal verkeersongevallen in de jaren vijftig leidde tot meer werk voor de verkeersgroepen van de rijkspolitie. Deze waren uitgerust met Ford Zephyr personenauto's. Voor de afhandelingen van ongevallen en het uitvoeren van technische controles, er was nog geen APK, kregen de verkeersgroepen meer personeel en een uitbreiding van hun wagenpark. De Citroën HY 1500 werd de nieuwe technische patrouillewagen. De bemanning bestond uit een politieman en een technisch controleur. Deze laatste was een burgerambtenaar van de rijkspolitie gekleed in uniform omwille van de herkenbaarheid. Elk rijkspolitiedistrict werd door de Verkeersgroep onderverdeeld in 2 à 3 bewakingskringen (63 in totaal). In elke kring was een TPW operationeel. De Citroën kreeg al snel de bijnaam patatwagen, omdat het model veelvuldig als frietkraam in gebruik was. De politiewagens waren ingericht met een grote hoeveelheid gereedschap, afzetmateriaal, fotomateriaal, stoomaggregaat, schijnwerpers en EHBO-kist. Voor de technische controles had het voertuig een remvertragingsmeter, wieldrukmeter, stuurspelingsmeter en een remspoormeetwiel aan boord. Opperwachtmeester J. de Groot van de verkeersgroep Doetinchem had 'rammelvrije' opbergkasten voor deze spullen ontworpen. In totaal zijn er van 1959 tot 1986 180 Citoëns in gebruik geweest bij de Rijkspolitie. Het belang van de technische controles nam af door de invoering van de APK. Ongevallen in het verkeer werden in toenemende mate veroorzaakt door overtreding van gedragsregels en minder door technische gebreken aan auto's. Door de invoering van de blikschaderegeling hoefde de politie ook niet meer bij iedere aanrijding op te draven. De laatste TPW werd in 1986 opgeknapt in de werkplaats van de jeugdgevangenis in Zutphen, alvorens hij werd opgenomen in de collectie van het museum.
 
 
 
 

 
 
 
 
 
TPW Citroen Leven met (1) (VT)
 
TPW Citroen Leven met (2) (VT)
 
TPW Citroen Leven met (3) (VT)
 
TPW Citroen Leven met (4) (VT)
 
TPW Citroen Leven met (5) (VT)
 
TPW 1970 VWbus KB1970 1 (2) (VT)
 
 
 TPW 1984 Citroen RPM84 02 6 0013 (VT)
 
TPW 1984 Citroen RPM84 02 6 0014 (VT)