RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Op pad met Oom Agent’ is een serie van korte, waargebeurde, verhalen uit de politiepraktijk, opgeschreven door een vrijwilliger die zijn hele loopbaan in de Bollenstreek bij de politie heeft gewerkt. Het zijn soms gebeurtenissen van 30 of 40 jaar geleden. Om herkenning te voorkomen zijn namen en adressen veranderd.

 

De mooiste file van Nederland

Met deze reclame wordt het corso voor de bloembollenstreek al jaren lang via radio en televisie aangeprezen. En inderdaad, decennia lang komen mensen van over de hele wereld hier naar deze streek om al die mooie wagens te bewonderen. De schattingen van het aantal toeschouwers variëren van zevenhonderdduizend tot ruim één miljoen. En er komen lang niet alleen mensen uit Europa want Japan, Amerika en China doen ook al goed mee.

Zoals bekend: het trekt al jaren op de laatste zaterdag in april door de Bollenstreek. Het allereerste Bloemencorso van de Bollenstreek dateert uit 1947. Het was Willem Warmenhoven, een amarylliskweker uit Hillegom, die de allereerste volwassen praalwagen bedacht: een walvis, op een krakkemikkige vrachtwagen gemonteerd. Zaterdag, 22 april a.s. is het weer zover. Ook de bewoners van de Bernardus kunnen het corso weer bewonderen want rond het middaguur wordt hier immers door de medewerkers van het corso geluncht.

Er is in de loop der jaren veel veranderd. Oom Agent kreeg in 1967 als politieman voor het eerst met het corso te maken. Hij werkte in die tijd in Voorhout. Daar kwam het corso toen nog niet langs. Maar op de Nagelbrug en bij het kruispunt ’t Soldaatje kwam wel heel wat verkeer voorbij. Er werden politiemensen uit het hele land vandaan gehaald. Die logeerden dan voor één nacht bij de St Bavo in Noordwijkerhout. Zo had ik eens een 10-tal collega’s uit Noord-Limburg voor assistentie. Op een gegeven moment waren ze allemaal zoek Ik ontdekte hen in een snackbar waar zij zaten te lunchen.

 

’s Morgens vertrok het corso altijd vanaf de ‘Warmonderdam’ (zo werd de t-kruising Hoofdstraat/Rijksstraatweg en Warmonderweg toen genoemd). Het ging via Lisse richting Hillegom waar het rond een uur of één aankwam. Na een uurtje rust ging het dan weer terug naar Sassenheim. Hier werden de figuranten, vaak moe en verkleumd, van de wagens af getild. Dat gebeurde toen nog niet met hoogwerkers, zoals nu, maar met trapleertjes en ladders. Veel dames lieten zich dan graag in de armen van de stoere politieagenten vallen.

De hele dag was de Bollenstreek gesloten voor het doorgaande verkeer. De corsoroute doorkruisen mocht wel tot 1 uur voor het passeren van het corso. Taxi-

chauffeurs en anderen die konden aantonen dat zij op die dag in de Bollenstreek moesten zijn, kregen een ontheffing.

Al het verkeer werd dwingend via voorgeschreven routes omgeleid en zo kon het gebeuren dat ik soms ‘s middags voor de vierde of de vijfde maal dezelfde auto voor mijn klapbord zag staan, waarbij de bestuurder wanhopig vroeg of ik hem geen uitweg in deze warboel kon wijzen. Dat was soms voor de mensen van buiten de Bollenstreek niet plezierig. Maar ook voor ons niet, in die tijd. In zes weekends mochten namelijk wij geen vrije dag hebben op zaterdag en zondag. Om die overlast te ontlopen werd er soms om de nachtdiensten bijna gevochten.

De routes van de stoet zijn regelmatig gewijzigd. Zo ging het corso na een paar jaar van Sassenheim naar Haarlem, waar het dan ook bleef staan. Later vertrok het corso

vanuit Haarlem naar Sassenheim om bij de Sikkens’ lakfabrieken een rustpauze te nemen, hierna vertrok het corso dan weer naar Noordwijk. Toen wilde de gemeente Noordwijkerhout ook wel gaan meedoen in de route. Men vond dat Noordwijkerhout, welke gemeente het grootste landoppervlakte aan bollenteelt had, wel vertegenwoordigd moest zijn.

En zo werd al een aantal jaren uitgeprobeerd wat eigenlijk de meest gunstige route voor het corso en voor de toeschouwers was. Bovendien speelt in dit soort zaken ook de sponsoring van gemeenten en bedrijven een rol. Het is tenslotte ook niet alleen een pracht van een reclame voor de Bollenstreek en de gemeenten, maar zeker ook voor de deelnemende bedrijven en verenigingen. Uiteindelijk werd de route vastgesteld zoals het nu is. Op vrijdagavond rijdt het corso verlicht door Noordwijkerhout. Op zaterdagochtend vertrekt het uit Noordwijk om via Voorhout en Sassenheim de route door de Bollenstreek naar Haarlem te maken. Enne…. Inderdaad staat het rond 12 uur stil bij de Bernardus.

Zaterdagavond en ’s zondags staat een groot deel van de wagens op de Boulevard in Noordwijk.

Toen indertijd, jaren geleden, het corso omstreeks 5 uur ’s middags de overweg bij de Sikkens moest passeren werd het tijd om de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen. Bij de overweg Piet Gijs werd een collega geplaatst die de naderende treinen doorgaf aan de bewaking bij de Sikkens overweg. Hetzelfde gebeurde vanaf het station in Leiden. Zo konden alle corsovoertuigen veilig de rails passeren. Later werd deze taak verricht vanuit een helikopter die prachtig boven de spoorlijn kon blijven ‘hangen’.

Omdat er rond het corso nogal wat verkeer door de streek rijdt is een toezicht daarop hard nodig en hoe kun je dat beter dan vanuit de lucht? Eerst werd daarvoor een klein vliegtuig gebruikt, maar door het snelle stijgen en dalen werden de collega’s daarin vrij snel luchtziek. Met een helikopter heb je daar niet zo snel last en dat gebeurt dus ook nog steeds.

Het corso passeert ’s morgens de spoorwegovergang in de bebouwde kom van Voorhout. De treinen rijden daar bijna stapvoets voorbij. De Nederlandse Spoorwegen werken hierdoor mee aan de begeleiding van het bloembollencorso.

Toch zijn er op die laatste zaterdag in april nog wel eens wat dingen gebeurd die het corso behoorlijk in de war konden sturen. Ik weet nog goed dat de brandweer van Sassenheim eens op die zaterdagmiddag uit moest rukken naar Lisse. Dat moest gebeuren tegen de rijrichting van het corso in.

In Lisse was brand uitgebroken en de brandweer van Lisse was voor een landelijke wedstrijd weg, dus moesten de Sassenheimse spuitgasten daar die taak overnemen. Met veel goede wil en met de hulp van twee motoragenten werden de brandweerwagens tegen het corso in via de Hoofdstraat en de Heereweg naar de brand geloodst. Het kwam het uiteindelijk allemaal goed, al gaf het wel een hoop ‘gedoe’. Waar ook nogal wat werk bij komt kijken zijn de mensen die bij het corso met een ambulance moeten worden afgevoerd. Er rijden altijd twee Rode Kruis ambulances mee met het corso en langs de route staan er ook nog wel een paar.

U ziet wel: aan alles wordt gedacht.

Want vanaf januari worden de geraamtes van de praalwagens klaargestoomd om vlak voor het corso te worden afgewerkt en ‘gestoken’ met bloemen. Dat zijn veelal hyacinten die met grote nietjes in het stro, tegenwoordig is het plastic ‘piepschuim’, worden bevestigd. En zo wordt er ieder jaar een hoop werk verricht voor, tijdens en na het corso.

Ja, ook ná het corso. De praalwagens moeten ook na de opstelling weer worden afge-
voerd, zodat alles weer op de plek terecht komt, waar het moet zijn.


Twee foto’s van het corso in 2016. Links de “Ik houd van Holland” praalwagen en op de rechter foto is een filmteam uit Thailand aan het werk. Zo stond ik 2 jaar geleden naar het corso te kijken naast een echtpaar uit Hong Kong, die door hun zoon was uitgenodigd voor een rondje bollencorso. Er wordt dus werkelijk wereldwijd aandacht aan dit evenement in de Bollenstreek besteed.

Oom Agent.


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.