RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Oom Agent met de billen bloot….

Voor de echte kenners is de laatste zaterdag in juni een waar festival. Op die dag wordt n.l. op het circuit bij Assen de TT gereden. Motorfietsfanaten zijn er helemaal gek van. Enkele dagen van tevoren slaan zij al hun tenten op, op een van de campings in de omgeving van de Drentse hoofdstad om dat die zaterdag de grootste en bekendste Nederlandse motorrace wordt gereden. Op vrijdagavond begint dan de ‘Nacht van Assen’ waar het motorfietsvolk uit het hele land op afkomt. Het werd ook jarenlang gebruikt om daar eens goed rel te gaan schoppen. Sinds de invoering van een groot aantal evenementen daar is de overlast drastisch afgenomen en wordt er die avond en nacht niet meer zo veel vernield als in de jaren ’60 en ’70.

Jaren geleden werden vanuit het hele land rijkspolitiemensen naar Assen gestuurd om daar, bij de Touring Trophy, de orde te handhaven en het verkeer rond de wedstrijden in goede banen te leiden.Zo ben ik ook een paar maal daar naar toe geweest. Wij vertokken dan op vrijdagmiddag rond een uur of twee om zo tegen zes uur in de Drentse hoofdstad aan te komen. Hier werden wij in de Johan Willem Frisokazerne ontvangen waar wij een diner konden nuttigen. Dan nog even een wandelingetje op het kazerneterrein en daarna gingen de meeste collega’s naar bed omdat het de volgende dag alweer ‘vroeg dag’ was. Meestal moesten wij om vijf uur op. Hierna gingen wij na het ontbijt al in de richting van het circuit om daar de zaken in goede banen te leiden. Toezicht houden bij de parkeerplaatsen van motorfietsen die ook vaak als kampeerplek werden gebruikt, afzettingen vormen langs de baan en meer van dat soort werkzaamheden. Meestal werden wij ergens ver van de baan neergezet en hoorde je hooguit het geluid van de, op afstand, voorbij scheurende motorfietsen. ‘Bikes’ zoals kenners ze graag noemen.

Maar dit jaar had ik een heel andere taak. Ik werd met mijn collega’s uit de Bollenstreek neergezet bij de hoofd- of eretribune. Een plaats waar veel nationale en internationale officials zaten, alsmede hotemetoten (bobo’s) van fabrieken, industrie, sponsors, burgemeesters, commissarissen enz. enz.

Wij werden al vroeg door een ter plaatse bekende collega ingelicht over ons werk. Deze collega had daar dan de leiding en werd dan ook tot vakcommandant gebombardeerd.

Hij legde uit dat wij ons daar uiterst netjes en gedisciplineerd moesten gedragen i.v.m. de vele bazen die daar zaten. Wij moesten om de race daar dienst doen en als wij dus een race vrij hadden konden wij ons ophouden in een grote legertent achter de eretribune waar ook het Rode Kruis en EHBO gevestigd waren. In deze tent was de mogelijkheid om koffie en frisdrank te drinken en onze lunchpakketten op te eten.

De collega’s die bij de hoofdtribune dienst deden moesten ook de rennerskwartieren, de pits en het kampeerterrein van de renners in de gaten houden. De campers en de trailers van de fabrieksrijders logen er niet op. Het waren kleine paleisjes.

Bij de start van elke race was het de gewoonte dat alle collega’s van de afzetting, die dus tussen de tribune en het circuit stonden, even door de knieën zakten en op de hurken gingen zitten, opdat de toeschouwers goed konden wie van de renners als eerste weg was. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was bij de eerste race aan de beurt om afzetting te vormen en dus ging ik gehoorzaam door mijn knieën toen de race op het punt stond aan te vangen. Maar een bepaald gevoel verontrustte me heel erg. Ik bemerkte plotseling een vreemd gevoel tussen mijn bovenbenen en voelde dat de temperatuur ter hoogte van mijn kruis ineens wel een aantal graden zakte.

Inderdaad, ik was volledig uit het kruis van mijn uniformbroek gescheurd. De hele naad, vanaf mijn rits van mijn gulp tot aan mijn broeksband, was losgetornd en stond open. Ik voelde mij bepaald niet gemakkelijk en toen ik even later weer rechtop stond besloot ik met samengeknepen billen in de richting van ons onderkomen te gaan lopen.

Mijn vakcommandant was het daar beslist niet mee eens Hij zag wat ik deed, maar hij wist natuurlijk niet wat er gebeurd was, en gebaarde dat ik op mijn plek moest blijven. Zijn baas zat namelijk ook op de tribune. Toen ik hem niet gehoorzaamde en in zijn ogen een soort van insubordinatie pleegde beende hij met grote stappen op mij af. Ik probeerde op mijn beurt met handgebaren hem duidelijk te maken wat er aan de hand was, maar of hij snapte het echt niet of wilde het niet snappen. Dus hield hij mij even later aan de praat en omdat ik nog steeds met samengeknepen billen liep had hij waarschijnlijk nog niets in de gaten. Toen hij mij ook niet wilde geloven draaide ik mij om een bukte. De aanblik van mijn gespleten broek ontlokte bij het publiek op de tribune het nodige hoongelach.

Wij liepen beiden met een rode kleur van schaamte weg. Hij naar zijn eigen plek en ik naar de legertent achter de tribune. Wat nu? Ik had als uiterste redmiddel een nietmachine op het oog om het grootste gat te dichten. Maar dat was niet nodig. Gelukkig was er een vrijwilligster van het Rode Kruis in het bezit van een naaigarnituur. Zo zat ik even later in mijn onderbroek in de tent terwijl zij de naad van mijn broek met vaste hand vakkundig aan het dichtnaaien was. Dit tot grote hilariteit van collega’s, Rode Kruis-mensen en een aantal militairen. Maar goed, mijn eer was gered.

Zo kon ik even later, dat wil zeggen bij de volgende race, weer naar mijn plek gaan. Dit keer bij het rennerskwartier en de pits, waar het vrouwelijk schoon mij aanlokte. Jammer alleen dat ik daar niet aankwam. Ik was in mijn overmoed langs de baan gaan lopen en passeerde het ‘elektrische oog’ van de tijdwaarneming aan de verkeerde kant. Dat stond met een paar hekjes afgeschermd, waarbij het de bedoeling was dat wij er achter langs zouden lopen. Ik deed dat echter niet en dus hadden de tijdwaarnemers een tijd op hun klokken staan die de beste racer in geen eeuwen kon rijden. Ik hoorde vanuit hun hok een aantal knopen vallen die er niet om logen.

Toen was mijn vakcommandant was mijn gestuntel kennelijk zat. Hij verbande mij naar een plek waar ik geen kwaad meer kon doen. Een parkeerplaats een paar honderd meter verderop, met de mededeling: “Ga daar maar motorfietsen tellen”. Ik had het daar wel rustig, te rustig. Maar ja na een aantal uren kon ik toch weer meelopen met de rest.

Ik moest alleen beloven ver bij het tijdwaarnemers hokje vandaan blijven. Beloofd is beloofd. Ik heb me daarna nuttig gemaakt met het bekijken van de rennerskwartieren en de pits. Dat was ook wel leuk. Maar mijn collega’s en ik waren nog lang niet thuis.

Nadat de races afgelopen waren moesten wij alle motorliefhebbers weer vanaf de parkeerplaatsen de weg op helpen. De bezoekers die anders soms in tijd van een of twee dagen daar arriveerden wilden nu allemaal,’t liefst tegelijk en als eerste, de weg op, naar huis!! Dat duurt wel een paar uur ! Daarna waren wij echt aan een warme maaltijd toe en dus moesten we op zoek naar een restaurant waar we met ons allen een diner konden krijgen. En pas als dat gedaan was konden wij op weg naar huis. Het was na twee uur dat ik die nacht eindelijk in bed kon stappen. Ik deed mijn ogen dicht en zag in mijn droom alleen maar motorfietsen, motorfietsen en motorfietsen.

Oom Agent.Oom agent  Billen bloot(7K)


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.