RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
De politieloopbaan van Gerben Zijlstra oftewel van aspirant
tot commandant Verkeersgroep Frieslân.


Hoofdstuk 4. Herinneringen aan de Begeleidingsploeg.

Bij het Korps Rijkspolitie bestond in die tijd (begin jaren 60) een zogenoemde begeleidingsploeg, samengesteld uit totaal 20 motorrijders die geselecteerd waren uit de verkeersgroepen Amsterdam, Den Haag, Dordrecht en Leiden. Deze club van motorrijders zorgde voor de begeleiding van Koninklijke gasten, en andere voorname personen, zoals Presidenten, Ministers etc. en verleenden zij assistentie bij sportevenementen, zoals de Ronde van Nederland (profronde) en de Olympia’s Tour door Nederland, (voor amateurs.) en overige belangrijke gebeurtenissen. De voornaamste taak was om de stoet, zo die er was, veilig en zoveel als mogelijk ongehinderd door het verkeer te loodsen van of naar hun plaats van bestemming.De Rijkspolitie verzorgde in mijn tijd niet het ere-escorte zoals gebruikelijk is bij Koninklijke gasten c.s. Die activiteit was voorbehouden aan leden van de Koninklijke Marechaussee.
Als lid van de Verkeersgroep Leiden werd ik begin 1961 als motorrijder ingedeeld bij de begeleidingsploeg van het Korps Rijkspolitie, rechtstreeks ondergebracht bij de Algemene Inspectie. Ze beschikten steeds over het modernste materiaal, zoals motoren, kleding en uitrusting.
Het was misschien niet helemaal eerlijk doch wij beschikten altijd als eersten over het nieuwste materiaal. Elke motorrijder had ook zijn "eigen" motor. Ook op de groep mocht niemand anders op "jouw" motor rijden. Je was ook zelf verantwoordelijk voor het onderhoud. We hadden ook een nieuw tenue dat alleen werd gedragen tijdens het begeleiden bij officiële bezoeken. Ze werden bewaard en onderhouden bij de materieelbeheerder in den Haag. Nieuwe motoren werden door ons zelf "ingereden" waarna de "oude" motoren werden ingedeeld bij de verkeersgroepen "in den lande" voor dagelijks gebruik.
Elke maand kwam de gehele ploeg een dag bij elkaar om te trainen, zowel op de weg met een “eigen” motor als in het terrein met terreinmotoren. Dit waren echter “gewone” BMW motoren en eigenlijk niet geschikt voor terrein rijden, maar voor voertuigbeheersing was het wel goed omdat je dit leerde op een motor waarop je ook begeleidingen deed. Voertuigbeheersing was een groot goed omdat onder alle omstandigheden betrouwbaar gereden moest worden, zowel naast als achter elkaar. Bij het naast elkaar rijden, zoals het protocol het voorschreef,  moest men er onvoorwaardelijk op kunnen vertrouwen dat degene die een buitenbocht moest rijden ook werkelijk “buiten” bleef rijden en niet een binnenbocht ging rijden want dan zou hij zijn partner “uit de bocht kunnen duwen”. Ongeacht de omstandigheden moest je op je eigen plaats blijven.
Ik neem u even terug in de tijd dat we nauwelijks beschikten over betrouwbare radio -verbindingen en zeker niet op de motoren. In de beginne hadden sommige motoren een luidsprekertje op het stuur dat men amper kon verstaan en zeker niet bij hoge snelheid. We hadden een andere modes van commandovoering.
Er werden geen mondelinge commando’s gegeven. De commando’s werden met lichtsignalen gegeven door de begeleidingscommandant. Daartoe was het dak van de commandoauto voorzien van drie lantaarns: een blauwe - , een groene - en een rood licht uitstralende lantaarn die zowel constant licht als knipperlicht kon uitstralen.

De betekenis van de lichten waren als volgt:

Blauw knipperlicht betekende motor starten en plaats nemen op de motor. (zithouding) . De cdt. kon dan in één oogopslag zien of er wel of geen problemen waren.
Blauw constant licht betekende afstand nemen.10 meter vanaf voorganger. Afhankelijk van de plaats moest je dus 10, 20 meters afstand nemen. Dit was tevens een attentiesein.
Blauw met groen constant licht betekende dat iedereen tegelijk stapvoets moest gaan rijden. (Grote   discipline).
Groen licht snelheid vermeerderen.
Groen knipperlicht snelheid constant houden.
Rood knipperlicht snelheid verminderen.
Rood licht stoppen.Ook deze commando’s werden regelmatig geoefend, vooral het afstand nemen.
Tussen de maandelijkse trainingsdagen moest je soms ook verkenningsritten maken om de te verwachten route, bij een aankomend officieel bezoek, te oefenen. Dat gold dan voor die motorrijders die werden geselecteerd en ingedeeld om een bepaalde rit of ritten te rijden als begeleider. Het betrof dan begeleidingen van vorstelijke personen of autoriteiten die op uitnodiging van de Koningin of Nederlandse regering , ons land officieel kwamen bezoeken.  Ook zogenoemde werkbezoeken vielen hieronder.

Verder werd een groot deel van de begeleidingsploeg jaarlijks ingezet voor het begeleiden bij wielerrondes door Nederland, zoals Olympia’s Toer; Ronde van Nederland, en later ook de Amstel Gold race.


Een aantal begeleidingen waaraan ik heb deelgenomen, heb ik als volgt gemuteerd:

1. Van 15 mei tot en met 26 mei 1961. Ronde van Nederland;

2. 6, 7 en 8 januari 1962. Begeleiden van Robert Kennedy, de toenmalige Amerikaanse Minister van Justitie en presidentskandidaat van de Verenigde Staten van Amerika.. Toen wij, Thijs Vink en ik, hem uitgeleide deden op Schiphol kregen we een dasspeld en een balpen van hem. Hij vertelde ons daarbij dat de dasspeld de vorm heeft van de MT-boot, (motortorpedoboot), waarop zijn broer John F. Kennedy , als commandant heeft gevaren en gewond is geraakt bij een beschieting door de Duitsers tijdens de oorlog 1940-1945. (zie eigen macrofoto van de dasspeld.) Het is misschien niet een kostbaar kleinood doch voor mij wel waardevol en erg dierbaar, zeker toen ook hij later werd vermoord.

Zijlstra H4 -2 (5) (V)

3. 25 april tot en met 3 mei + 7 en 8 mei 1962.
Talloze begeleidingen van vorstelijke personen en andere hoge autoriteiten van Schiphol naar Amsterdam, den Haag en IJmuiden, gebracht in verband met het 25 jarig huwelijksjubileum van Koningin Juliana en prins Bernhard. Ook de nacht tussen 7 en 8 mei waren we paraat om allerlei gasten weg te brengen vanaf de haven van IJmuiden (alwaar het feest aan boord van een groot passagiersschip is gehouden) naar het Amstelhotel in Amsterdam en diverse adressen in den Haag zoals ambassades, hotels e.d. b.v. Kasteel Oud Wassenaar.
De gasten werden vervoerd in Ford personenauto's die door Ford Nederland ter beschikking waren gesteld. De auto's werden bestuurd door militairen. Aan alle militaire bestuurders was een herinneringsmedaille uitgereikt terwijl tot onze grote spijt slechts een enkeling van onze vaste begeleidingsploeg een soortgelijke medaille heeft gekregen en dat terwijl de gehele ploeg een grote inzet heeft gegeven gedurende een groot aantal dagen. In vind het spijtig dat wij kennelijk niet voor zo'n unieke onderscheiding in aanmerking kwamen omdat verondersteld mag worden dat dit “normaal gesproken” een uniek gebeurtenis is.

4. 24 mei tot en met 1 juni 1962. Olympia’s Tour door Nederland;

5. 21 november tot en met 24 november 1962. Bezoek van premier van Japan Hajato Ikeda;

6. 26 november tot en met 29 november 1962. Bezoek van de Koning van Boeroendy, Mwammboetsa IV.

7. 3 december t/m 9 december 1962. Begrafenis van wijlen Prinses Wilhelmina, waarbij overbrenging van het stoffelijk omhulsel van paleis Het Loo te Apeldoorn, naar paleis Noordeinde te ’s-Gravenhage onvergetelijk is.  Het was erg koud.! Er was sprake van dichte mist en vorst, zodanig dat de brug over de Gouwe tijdelijk werd afgesloten voor het overige verkeer om daarmee te voorkomen dat ander verkeer achterop de stoet zou inrijden. De opdracht was om de snelheid aan te passen aan de hoeveelheid toeschouwers langs de route. Wij als motorrijders hebben het toen echt koud gehad. Door de mist en vorst waren we “wit bevroren”. Bij het binnenkomen vanaf de route Ypenburg werd de snelheid teruggebracht naar ongeveer stapvoets omdat er ontzettend veel publiek langs de route stond
Volgens later gedane mededelingen van sommige toeschouwers was de binnenkomst van de stoet zeer indrukwekkend omdat de nadering van de stoet aanvankelijk wel hoorbaar was door het gebrom van de begeleidende motoren, doch niet zichtbaar vanwege de dichte mist, totdat het gebrom aanzwol en het licht van de koplampen langzaam de duisternis door priemde. Vervolgens verscheen de in het wit uitgevoerde lijkstoet. Z.K.H. Prins Bernhard maakte deel uit van de stoet. Door gladheid van sommige weggedeelten, was het rijden niet zonder risico’s zeker niet op de motor. We reden dan ook “ op eieren” . Er mocht niemand in de stoet onderuit gaan want dan zou de hele stoet over elkaar en op elkaar schuiven. Het is allemaal goed gegaan. Uit een later ontvangen collectieve dankbetuiging heeft Prins Bernhard uiting gegeven dat het zo goed was gegaan, gelet op de moeilijke omstandigheden.

8.  15 en 16 maart 1963. De president van Frankrijk, De Gaulle met zijn echtgenote, brengen een bezoek aan Nederland. Er waren zeer uitgebreide veiligheidsmaatregelen getroffen in verband met een mogelijke aanslag. Op de daken van de hangars op vliegveld Ypenburg lagen militairen met mitrailleurs in de aanslag. Als verrassing werd een andere, dan de gebruikelijke uitgang genomen. We maakten toen gebruik van een haastig aangelegde andere uitgang om alle journalisten om de tuin te leiden en dat gelukte. We konden toen ongehinderd Ypenburg verlaten. Die uitgang werd later wel meer gebruikt en werd door ons “ De Gaulle uitgang” genoemd.

9. 27 maart t/m 5 april 1963. President van Mexico met echtgenote en dochter, Lopes Mateos brengen een bezoek aan Nederland.

10.  24 mei t/m 31 mei 1963. Olympia’s Tour door Nederland.

11. 26 augustus t/m 1 september 1963. Wielerronde te Zuid-Holland of wel de St.Pellegrino-ronde.

12. 11 februari 1964. Prinses Irene met verloofde Don Carlos + wederzijdse ouders door Nederland   begeleid.

13.  15 februari 1964.  Bezoek van de Belgische Minister president Lefèvre.

14.  25 februari 1964.Bezoek van Minister van Buitenlandse Zaken van Israël, Golda Meïr.

15.  3 maart 1964. Bezoek van Bondskanselier van Duitsland , Erhard met de Minister van   Buitenlandse zaken Schröder. Het was toen koud weer.

16.  1 april t/m 4 april 1964. Bezoek van de Minister van Buitenlandse zaken van Indonesië, Soebandrio met echtgenote.

17.  16 mei 1964. N.A.T.O. Ministersconferentie. Verscheidene begeleidingen uitgevoerd.

Mei 1964 Olympia’s Tour afgezegd i.v.m. examen politiediploma B te Den Haag. GESLAAGD!

18.  6 juni 1964. The Beatles op bezoek in Nederland. Schiphol – Treslong Hillegom. Allemaal gillende meiden. Ik maakte voor het eerst kennis met play – back. De mensen werden beduveld, zo vond ik dat want ze maakten niet echt muziek. De trommelstokken van de drummer beroerden niet het trommelvel doch hij hield ze ongeveer 1 cm daar boven l. De volgende dag stond een foto in de krant Het vrije Volk waarop ik in uniform gekleed, met voor de grap, voorover gekamde haren, stond afgebeeld. In de ban van het voor die tijd, lange haar. Bij het vertrek ontweken we de joelende en gillende tieners via een ons bekende sluiproute in de Haarlemmermeer.

19.  1 september t/m 12 september 1964. Staatsbezoek van de koning van Noorwegen, Olav V.

20.  8 februari 1965. Bezoek van Secretaris - Generaal van de N.A.T.O. Minister Brosio. Met toestemming van de Algemeen Inspecteur een paar massief zilveren manchetknopen met bijpassende sleutelhanger ontvangen als dank voor de begeleiding, zulks nadat eerder een rijksrechercheur met het “pakje voor Zijlstra” was teruggestuurd door de districtscommandant. De A.I. (Algemeen Inspecteur) gaf later persoonlijk toestemming voor het “aannemen van een cadeau door een rijksambtenaar”.
Motivatie: "De Heer Brosio, behoefde als secretaris generaal van de NATO niet in het gevlei te komen bij een wachtmeester van de Rijkspolitie". zo luidde de conclusie.

21.  25 mei t/m 2 juni 1965. Olympia’s Tour door Nederland.

22.  5 maart t/m 10 maart 1966. Diverse gasten begeleid bij gelegenheid van voor - tijdens - en na het huwelijk van Prinses Beatrix met Prins Claus. Was een beetje spannend door opdringerig publiek. De hete uitlaatpijpen van de motoren werkten soms goed om de mensen niet al te dichtbij te laten komen. De geringe snelheid hielp ons daar een beetje bij want dan "slingerde" je een klein beetje. Het publiek voelde de warmte dan ook beter.

23.  30 juni t/m 11 juli 1966. Bezoek door de President van Tunesië, Habib Bourguiba. Na afloop van het bezoek een onderscheiding van de President van Tunesië ontvangen. (Odre de la Republiek Tunisiëne) Schriftelijk toestemming gevraagd aan de Minister van Justitie om een buitenlands ordeteken op het uniform te mogen dragen. Dit is akkoord bevonden.24.  1,2,3, en 8 t/m 14 september 1967.
Bezoek Koninklijk paar van Luxemburg.

25.  mei 1968. Olympia’s Tour door Nederland.

Dit is slechts een deel van de begeleidingen. De één – of twee persoonsbegeleidingen van een buitenlandse Minister e. d . zijn niet altijd gemuteerd.


Verschil in werkwijze:

Het protocol bij het begeleiden van vorstelijke en hooggeplaatste personen luidt, dat de stoet  onderweg zonder noodzaak niet stil komt te staan!! Niet alleen uit veiligheidsoverwegingen doch het is ook niet prettig voor de inzittenden om via de zijruiten begluurd te worden door anderen.

Deze regel vereist een bijzondere aanpak, vooral op wegen met één rijbaan. Op deze wegen werd vooral een vrije doorgang “geforceerd” op de volgende wijze.

De spitsrijder ( de voorste motorrijder) rijdt met een verhoogde snelheid over een redelijke afstand naar voren en geeft het tegemoet komend verkeer een stopteken. De stoet heeft indien nodig zijn snelheid een beetje teruggebracht (afhankelijk van de situatie ). Het verkeer dat in dezelfde richting met de stoet meerijdt krijgt vervolgens ook een stopteken waardoor het verkeer op dat weggedeelte in beide richtingen stil komt te staan. De motorrijders voor de stoet anticiperen daarop en kunnen vervolgens zonder hinder via de linkerrijstrook de weg vervolgen. Wij noemden dit populair “een wig maken”. Het spreekt vanzelf dat we deze werkwijze optimaal getraind hebben. Het overige verkeer in de rand -stad is er al een beetje aan gewend en dat maakte dat de tekens soepeler werden begrepen.  

Als motorrijder was het even “hard werken” en als het goed ging kon de stoet in een niet merkbare en vloeiende beweging zijn weg vervolgen. Ook bij verkeerslichten werd die tactiek, zonder gevaar voor anderen, toegepast. Je moest alleen weten op welke kruisingen dergelijke regelinstallaties in werking waren, wilde je daar tijdig op inticiperen.

Wanneer de plaats van bestemming was bereikt, namen de motorrijders, nadat ze hun motor op de bok (= verticale stander) hadden geplaatst, de houding aan in de richting van de betreffende gasten zonder dat met de hand de groet werd gebracht. Een enkeling beantwoordde dat met een tegengroet.

Zijlstra H4 -2 (4) (V)Foto links. Dit is een “ geregisseerde foto” zoals de outfit was tijdens een officiële begeleiding en bestemd ter illustratie bij een geschreven woord.
Vooraan zie je Gerben Zijlstra; daarnaast Thijs Vink, beiden van de verkeersgroep Leiden. (zonder kuip en tankzeiltje) .

Van officiële begeleidingen zijn vrijwel geen foto´s bekend.

P.S. We hebben ook nog eens “iemand” (weet niet meer in welke hoedanigheid) begeleid die gekleed was in een lang wit gewaad ( een soort jurk). Hij kwam uit een zeer warm land en had een donkere huidskleur. We hebben toen onder andere een bezoek gebracht aan Philips in Eindhoven. Toen we teruggingen hield hij breed lachend een transistorradiootje aan zijn oor. Hij was zichtbaar blij met het cadeautje "van meneer Philips." Maar goed dat we met de rug gekeerd waren in de richting van de stoet en …dat ze ons niet konden horen. Ik ben de naam en datum helaas kwijt. Het was toen wel erg slecht weer, dat herinner ik me wel.

 

Zijlstra H4 -2 (1) (V)Foto rechts: Hoewel dit een foto is voor de start van de Olympia’s Toer 1962, laat de  foto de motor zien op welke wijze ze waren “gepimpt” voor begeleidingen. Een extra oranjekleurig achterlicht dat met een schakelaar kon worden geschakeld ter onderscheiding van ander verkeer bij duisternis of dichte mist tijdens een begeleiding. Ook de rode MJ (ministerie justitie) ontbreekt niet. De kuip wel. Thijs Vink en Gerben Zijlstra nemen voor het vertrek nog even de route door.

 

Bij wielerrondes was het heel anders omdat het wettelijk verboden is om op een voor het openbaar verkeer openstaande weg een wedstrijd te houden of daaraan deel te nemen.

Het betreffende artikel 10 van de Wegenverkeerswet luidt:
1. Het is verboden op de weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen. 
2. Onder wedstrijd wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van onderdelen daarvan, hetzij van bedrijfsstoffen.
3. Als deelnemer wordt beschouwd de bestuurder van een voertuig waarmee aan een wedstrijd wordt deelgenomen, en de eigenaar of houder van een voertuig, die daarmee wedstrijd doet of laat deelnemen. De eigenaar van de weg kan van dit verbod ontheffing verlenen.


De heer Koopmans, voorzitter en wedstrijdleider van de wielervereniging Oplympia, heeft naast zijn dagtaak als aannemer, nog een dagtaak als wedstrijdleider want een meerdaagse ronde door Nederland organiseren is geen kleinigheid. Zonder goede medewerkers kan ook hij niet!! Het is dan ook één groot team van wielerliefhebbers, sponsoren, begeleiders, pers, en overige organisatoren die zo´n evenement mogelijk maken. De politie heeft daarbij een onafhankelijke, professionele rol.


De organisatie (wedstrijdleider en medewerkers) bepaald de route van een meerdaagse wedstrijd en vragen tijdelijk eerder genoemde ontheffing aan bij de eigenaar van gekozen weggedeelten, inclusief de start- en finish plaatsen. Diverse vergaderingen zullen volgen; veelal met rijks - , provinciale - en gemeente- overheden. o.a. wordt de start- en/of finishplaats vastgesteld. Als “tegenprestatie” krijgt de organisator van de finishplaats een optreden in een feesttent van diverse radio en televisieartiesten aangeboden. Dit alles met een reclamekaravaan moet onderweg zo veilig mogelijk via de vastgestelde route door het land worden geloodst. De ontheffingsverlener stelt uiteraard stelt daartoe de voorwaarden vast. Een der voorwaarden is vast en zeker dat het evenement slechts kan plaats vinden onder toezicht van de politie. Zo ontstaat het partnerschap tussen organisatie en politie.


De organisatie voor het wedstrijdverloop en de politie voor de verkeersveiligheid van de deelnemers.

Hoe werkte het; De reclamekaravaan is een stoet van voertuigen die onder begeleiding van een motorrijder ongeveer een half uur vóór de renners rijdt en de mensen attenderen op de nadering van de toer. De voornaamste taak van deze motorrijder is om zoveel mogelijk de stoet ongehinderd de vastgestelde route te laten rijden, doch met inachtneming van de verkeersregels en onder toezicht van wedstrijdcommissarissen.

Vervolgens minimaal 1 spitsrijder en is tevens het begin van het variabele wedstrijdparcours tot aan de bezemwagen. Men zou kunnen zeggen dat tussen de voorste motorrijder en de bezemwagen de wedstrijd wordt gehouden. Uitgeputte renners kunnen aangeven of ze plaats wilden nemen in de bezemwagen of niet. De afstand tussen de bezemwagen en het peloton mocht niet groter zijn dan dertig minuten. Deze tijdslimiet was de maximaal aanvaardbare vertraging voor het overige verkeer!

Renners die geen gebruik wensten te maken van de bezemwagen en op eigen gelegenheid de cours wilden verlaten, moesten hun rugnummer af doen en inleveren bij de bemanning van de bezemwagen. Daarmee vielen ze buiten de verantwoordelijkheid van de organisatie en werden ze een “gewone” verkeersdeelnemer zoals iedere fietser; dus op het fietspad etc. De coureurs die achterbleven waren dikwijls uitgeput of gewond door valpartijen en soms beide.

Daarom was ook achterin de stoet een ambulance te vinden die in voorkomende gevallen slachtoffers rechtstreeks naar een ziekenhuis kon brengen. Ook de toerarts, Dr. Roling  (clubarts van Ajax) met zijn echtgenote waren daar te vinden. Ze hadden voor iedereen een vriendelijk woord of een stukje kaas of snoepje als je daar trek in had. Je zat tenslotte in weer en wind urenlang achter elkaar op de motor met een niet al te hoge snelheid. Om flauw van te worden. 

Hieronder volgen wat foto’s die een impressie vormen van toen. 

Zijlstra H4 -2 (2) (V)
Bovenste foto’s: Voor inspectie gereed voor het vertrek. Middelste foto’s: Gereed voor de start. De collega’s op de zwarte motoren zijn voorrijders van de verkeersgroep uit het district.
Onderste foto. Links: Zijlstra en een collega van de VG. Den Haag, kijken toe hoe collega Kees Treure van de VG. Dordrecht zijn ?…? .portie ijs naar binnen werkt terwijl hij naar eigen zeggen, op een zogenoemd galdieet was.
Onderste foto”Rechts: De directeur van Vredestein drinkt aan het einde van de rit een “voorafje” mee met de inmiddels in burger geklede begeleiders.


Zijlstra H4 -2 (3) (V)De bus met Belgische madammekes die met de reclamekaravaan meereden waren gereed voor de start en begroetten ons met een vriendelijke lach. In het midden met de helm in de hand is Kees Kortus van de verkeersgroep Den Haag. Met het donkere haar is Gerben Zijlstra uit Leiden.

Zijlstra H4  3 (1) (V)

Zijlstra H4  3 (3) (V)

Zijlstra H4  3 (4) (V)

Zijlstra Deel 4 3 (5) (V)

Zijlstra H4  3 (6) (V)

Ik heb de ervaringen bij de begeleidingsploeg zoveel mogelijk bij elkaar gehouden om de leesbaarheid qua onderwerp te bevorderen. Het spreekt welhaast vanzelf dat ik in die jaren verschillende commandanten en andere officieren heb zien komen en gaan om ervaringen op te doen. 
Eén van hen mag ik hier met name noemen, namelijk kapitein Bergsma. Helaas moest hij vertrekken om districtscommandant te worden in Drenthe (Assen). Het was een man van “een man een man, een woord een woord” een eigenschap naar mijn hart.! Maar ja, de toenmalige D.C. van Assen moest om moverende redenen vertrekken en dus moest er een opvolger komen en dat was kapitein  Bergsma. Zeer tot onze spijt moest hij afscheid namen van een groep mensen waarmee hij zo goed had gewerkt.

Ook de 1e stalmeester van Hare Majesteit de Koningin was daar zeker niet blij mee. Hij liet weten dat wanneer de eerstvolgende begeleiding te wensen overliet, hij de Koninklijke. Marechaussee zou inschakelen als  vaste begeleidingsploeg. De kolonel Bisschof van Heemskerk was “verwend” met de afspraak TIJD is TIJD en wij deden ons best daarvoor. Wij zagen er ook altijd perfect uit. Een visitekaartje voor de Rijkspolitie.

Als opvolger werd de districtscommandant van Amsterdam, de overste C.H. Honcoop aangewezen. Voor ons niet een “vreemde” officier, doch voor hem een spannende uitdaging. Voor de eerste begeleiding onder zijn leiding werden dan ook de meest geroutineerde motorrijders ingezet. De  druk op de gehele  groep was merkbaar. Het is prima gegaan!


Naar > menu politieloopbaan G. Zijlstra.