RP Logo ster 80 (VV)RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
MOBIELE EENHEID
PRIKBORD KRONINGSDAG AMSTERDAM 30 APRIL 1980

Hieronder een aantal verhalen ingestuurd door voormalige Rijkspolitiemensen die aanwezig waren op de Kroningsdag op 30 april 1989. Graag zouden wij dit artikel aanvullen met meer ervaringen van RP-ers die op deze meer dan gedenkwaardige dag aanwezig mochten (moesten) zijn.Daarom een oproep aan die RP-ers om de ervaringen van die dag, liefst met eigen gemaakte foto's in te sturen zodat wij ze aan dit artikel kunnen toevoegen.


Geplaatst op 28-01-2021. 
Met dank aan: Theo Beijer.
Een dag om nooit te vergeten . . . . . 30 april 1980, de Kroningsrellen.
Over deze dag is al veel geschreven en de laatste tijd, in verband met de Coronarellen in januari 2021, wordt 30 april 1980 ook weer veelvuldig genoemd. Met het ME peloton van de rijkspolitie district Nijmegen was ik die dag in Amsterdam.  Voordat wij die dag aan de bak moesten gebeurde er iets waar ik nog vaak met plezier aan denk. Rond 9 uur in de ochtend stonden wij met ons peloton, in afwachting van de dingen die kwamen, opgesteld in de buurt van de Damstraat in Amsterdam. Langs ons reden diverse auto’s met genodigden voor de inhuldiging van Beatrix, waaronder ook ministers van het toenmalige kabinet. Plotseling stopte er een blauwe BMW bij ons peloton. Een autoraam ging omlaag en er werd geroepen: “Hallo jongens, jullie ook hier? Het portier ging open en uit de auto stapte Dries van Agt, toen minister-president.

Van Agt kenden wij. Hij woonde toen in Heilige Landstichting een dorp onder de rook van Nijmegen. Zijn woning werd in die tijd vaak beveiligd en bewaakt door ons peloton. Regelmatig bracht hij in het klooster, vlakbij zijn woning,  waar wij sliepen, wat te drinken en maakte hij een praatje met ons.

Onze adjudant, Piet van de Hoogen, begon onmiddellijk een gesprek met Van Agt. Tijdens dit gesprek keek hij in de dienstauto waarmee Van Agt was gekomen. “Zo meneer Van Agt, wat zie ik, u heeft al een autotelefoon?”, zei hij. Het is nu onvoorstelbaar, maar een autotelefoon was toen een noviteit. Het was een grote bak met daaraan een telefoonhoorn. “Ja dat klopt”, antwoordde hij “dat heb je als je minister-president bent”.  “Het heeft best wel voordelen hoor, zo kan ik even naar huis bellen als ik onderweg ben”, zei Van Agt. “Maar adjudant, wilt u even uw vrouw bellen, ik heb toch nog wel even de tijd”. Piet van de Hoogen greep deze buitenkans aan om het thuisfront even op te bellen. Hij ging in de dienstauto van Van Agt zitten, pakte de telefoon en belde zijn vrouw. Ik hoor hem nog zeggen: “Dag schat, ik bel je even uit de auto van de minister-president, alles is goed hier”.

Enige geleden vond ik tussen een aantal oude foto’s die ik aan het opruimen was, twee foto’s van onze adjudant in de auto van de minister-president. Ze zijn niet van de beste kwaliteit maar toch erg leuk om te delen.

Kroningsdag Theo Beijer 0001 bw(7V)   Kroningsdag Theo Beijer 0002 bw(7V)

Je denkt natuurlijk einde van het verhaal maar nee. In 2017, kwam ik bij een tankstation in de buurt van Nijmegen Dries van Agt tegen. Hij sprak mij aan en vertelde dat hij daar stond, omdat zijn auto geen benzine meer had en hij zijn portemonnee was vergeten. Uiteraard heb ik hem wat geld geleend zodat hij weer verder kon. In het gesprek dat wij toen samen hadden vertelde ik hem over de gebeurtenis met zijn autotelefoon in Amsterdam op 30 april 1980. Hij wist zich dit nog erg goed te herinneren. Samen hebben wij er nog even hartelijk om gelachen.

Theo Beijer. In 1980 Rijkspolitie groep Bergh, rayon ‘s-Heerenberg.


Geplaatst op 4 april 2013. 
Met dank aan: Cees Spits.
Koninginnedag/Kroningsdag 1980: Gemengde gevoelens overheersten!
Als eerste bijstandspeloton vonden de M.E.-ers van het Rijkspolitiedistrict Alkmaar zich in aanloop naar 30 april 1980 regelmatig terug in de hoofdstad.
Niet zelden ging medio maart/april 1980 de wekker van de M.E.-ers af op tijdstippen, waarop de gemiddelde burger juist de bedstee opzocht, zodat voor het ochtendgloren verzameld en richting hoofdstad afgereisd kon worden.
28-29 april 1980:
De kroning zelf begon voor het ME-peloton van het district Alkmaar al twee dagen eerder, want op 28 april 1980 mocht het peloton zich bezig houden met de bewaking van het Amsterdamse gemeentehuis.  
Een bezigheid, die collega Dirk Appel in staat stelde om flink te studeren voor zijn B-diploma.
Een dag later, 29 april 1980 dus, was de ambtswoning van burgemeester Polack het object dat bewaakt moest worden door de M.E.-ers van het district Alkmaar.
Deze beide dagen kenden twee ‘hoogtepunten’:Allereerst de ‘inspectietocht’ die groepscommandant Rein Groot en ik op 28 april, in ‘vredestenue’ maakten vanuit het gemeentehuis richting de Nieuwe Kerk op de Dam, waar het twee dagen later allemaal zou gebeuren.Ondanks dat ‘vredestenue’ ontstond er op de Dam om ons heen een publieksvrije zone van pakweg 15 meter in doorsnede, die zich, bij elke stap, die wij richting de Nieuwe Kerk maakten, verplaatste.
Het tweede hoogtepunt was op 29 april, toen wij ’s middags plotseling onze biljartkeus in het rek moesten zetten, omdat premier Dries van Agt en vicepremier Hans Wiegel een bezoek kwamen brengen aan de Amsterdamse eerste burger. Het groen van het biljartlaken diende even een paar minuten ingeruild te worden voor het groen van het gras in de achtertuin van de hoofdstedelijke ambtswoning.
30 april 1980:
Vanwege onze ‘drukke’ en ‘gevaarlijke’ werkzaamheden op 28 en 29 april, werd 30 april 1980 voor ons in eerste instantie een rustige dag.Achter de hand gehouden’ op Schiphol-Oost, werden de eerste uren van deze, wat later zou blijken, turbulente Koninginne- en Kroningsdag, doorgebracht met zaalvoetballen.Een gevaarlijke contactsport, die het peloton van RP Alkmaar de eerste twee gewonden van de dag opleverde.
Ongeveer 11.30 uur.
Tijd om wel of niet een bord boerenkool te bestellen. Kosten fl. 6,-. De boerenkool moeten we nu, 33 jaar later, nog steeds krijgen, want niet veel later moesten we ‘in de bussen’ en waren we ineens de 9710.Onderweg naar de hoofdstad werden we opgepikt door een collega-motorrijder, die ons naar de plek van inzet zou loodsen.Niet helemaal bekend met de plaatselijke infrastructuur sloeg hij één straat te vroeg rechtsaf en stonden we ineens vast op de hoek Oudezijds Voorburgwal-Rokin.‘Vast’, omdat we daar op pure chaos stuitten, die verder doorrijden nagenoeg onmogelijk maakte.
Op die plek namelijk, hadden de collegae van de Beredenen, zich gehergroepeerd nadat ze vlak daarvoor een behoorlijk ‘pak slaag’ hadden moeten incasseren op het Waterlooplein.
De plannen voor de 9710 veranderden plots, toen melding werd gemaakt van deze niet geplande confrontatie.
Wij werden ineens de beveiligers van de Beredenen en moesten ter plekke een linie formeren. Het werd een geïmproviseerde linie.Een linie, die al snel de aandacht kreeg van een almaar groeiende groep demonstranten en andere geïnteresseerden en dat trok vervolgens weer de aandacht van een Italiaanse ijsverkoper, die hoopte goede zaken te kunnen doen.
Voor de linie lukte dat absoluut niet, aanleiding om de man achter de linie te trekken en toen was hij binnen ‘no-time’ los.De overgebleven ‘hoorntjes’ werden, met instemming van de dolblije ijsverkoper, paardenvoer!
De dag vorderde, de sfeer in de stad werd grimmiger en de frustraties bij de 9710 namen toe.
Ineens bleken M.E.-ers namelijk gewone politiemensen! Op ongeveer 200 meter afstand getuige zijn van de plundering van V&D, maar opdracht krijgen om die zinloze linie op de hoek Oudezijds Voorburgwal-Rokin in stand te houden, is niet bevorderlijk voor de gemoedstoestand van de gemiddelde politieman.
Gemiddeld waren wij die dag trouwens helemaal niet, zo bleek later op de avond.
Gehoorzaam als we waren, bleven wij dus op linie staan op de hoek Oudezijds Voorburgwal-Rokin, ook nadat de Beredenen én de demonstranten waren vertrokken.Zo rond de klok van 20.00-21.00 uur vond onze pelotonscommandant John ten Wolde, het tijd om via de portofoon eens na te vragen of de inwendige mens van de 9710 misschien bevoorraad kon worden.
Het antwoord was op z’n minst tegenvallend, want dat luidde: “9710. Wie zijn jullie en waar zijn jullie?” Het was het antwoord, dat tot gevolg had dat RP Alkmaar na die 30e april 1980 niet meer het eerste bijstandspeloton voor Amsterdam was!
Maar betekende nog niet het einde van de inzet, want nu we er toch bleken te zijn, konden we ons ook wel nuttig maken.We mochten ineens op marcheren naar een ander locatie, niet veel verder, waar we opnieuw dranghek mochten spelen, terwijl andere collegae in rond scheurende motoren met zijspan en aan de overkant van de gracht Marechaussees vanuit hun pantserbusjes met geopende zijdeuren, alles wat losliep met de lange wapenstok op- of de gracht injoeg.De 9710 stond erbij en keek erna!

Even leek het nog spannend te worden, toen collega Dirk Appel zijn lange wapenstok op de tepel plantte van een opdringerige demonstrante, maar zelfs dat vonkje mocht niet ontbranden.
De afsluiting van Koninginne- c.q. Kroningsdag 1980 was voor het thuisfront goed nieuws, maar voor de leden van de 9710, het ME-peloton van het R.P.-district Alkmaar absoluut niet.Die afsluiting, ergens tegen middernacht, betrof namelijk een opsomming van de schade en het aantal gewonden (gelukkig geen doden), waar de verschillende ME-pelotons mee geconfronteerd waren.Het ene na het andere peloton meldde zwaar beschadigde voertuigen en zwaar en minder zwaar gewonde M.E.-ers.De 9710 rapporteerde: “Geen schade! Geen gewonden!”
Uit pure schaamte werden de twee zaalvoetbalgewonden maar niet genoemd!

En die boerenkool tot slot?
Wel, die zal vermoedelijk niet meer komen, want het complex, halverwege Schiphol-centrum en Schiphol-Oost, waar het ME-peloton op 30 april 1980 aanvankelijk de ontwikkelingen mocht afwachten, is er niet meer!

Paul Schoen, M.E.-lid R.P. Alkmaar 1978-1982.

Geplaatst op 29 maart 2013. 
Met dank aan: Cees Spits.
 
RPtW Kroningsdag 300380 cs img679 (VV)Waar was ik op 30 april 1980......

Wel ik was aan boord van de veerboot  Prinses Beatrix van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland.Ik werkte in die tijd nog maar kort bij de technische recherche in Friesland.Door mijn opleiding tot explosievenverkenner (toen nog dienst doende bij de R.P. te Water ) werd ik uitgenodigd om met nog 14 andere collega’s  genoemde veerboot na te zoeken op de aanwezigheid van mogelijke explosieven o.i.d.
Op 29 april zijn we in Hoek van Holland aan boord gegaan. In de reguliere veerdienst daarop overgevaren naar Hull en weer terug naar Hoek van Holland. Vandaar met een passagiers-vrij schip van Hoek van Holland naar Amsterdam gevaren.

Ondertussen ons werk als explosieven-verkenner uitgevoerd.  Heel “zwaar”werk dat moge duidelijk zijn. Vooral omdat er tijd was om vanaf de brug van het schip de tocht via IJmuiden en het Noordzeekanaal naar Amsterdam te mogen volgen. ‘s-Avonds in Amsterdam waren we getuige van het aan boord gaan en zijn van allee koninklijke gasten. Omdat we ons vrij over het gehele schip mochten bewegen, was het bijzonder om gewoon tussen alle gasten door te kunnen lopen.  Nog meer bijzonder was het dat alle hapjes en drankjes ook aan ons werden aangeboden. Dit had als gevolg dat ik ‘s-avonds laat tussen prinsen en  wie weet  nog meer, in een vrolijke bui naar het vuurwerk heb staan kijken.

RPtW Kroningsdag 300380 cs Top.bmp (VV)
Minder was het dat ondanks dat ons beloofd was aan boord van de Prinses Beatrix nogmaals te kunnen slapen, we kort na het feest alweer gewekt werden. We konden verder slapen op de eveneens aanwezige veerboot Amerikanis.  Ik weet nog dat de kapitein van deze veerboot 's-avonds vrij boos bij ons aan boord kwam. Hem was beloofd dat de hoge gasten ook bij hem aan boord feest zouden vieren. Doch dit gebeurde niet. Hij vond dat hij voor Jan met de korte achternaam naar Amsterdam was gehaald. Dat slapen op de Amerikanis werd natuurlijk  helemaal niets.


Ik weet nog dat ik met een vrij lege maag, hoofdzakelijk gevuld met champagne en wat hapjes, met een collega naar huis ben gereden. De staat waarin ik verkeerde bij aflevering thuis, viel niet in bijzonder goede aarde bij moeders de vrouw. Ze had natuurlijk geen idee wat voor ontberingen ik had moeten ondergaan. Een vaartocht naar Engeland en terug, een vaartocht van Hoek van Holland naar Amsterdam, onderwijl zoekende naar mogelijke bermbommen en dan ook nog moeten proosten op de kroning. Mijn collega’s aan de wal hebben wel wat anders meegemaakt.

Cees Spits

Geplaatst op 14 maart 2013
van Theo Scholte.

Naast de ME’ers waren er ook veel andere Rijkspolitiemensen die in Amsterdam die dag assistentie mochten verlenen.  Ook wij mochten als leden van de Verkeersgroep Nijmegen assistentie verlenen. In eerste instantie leek het voor ons een mooie dag te worden. Wij moesten een stoet van ongeveer 30 auto’s met Vips begeleiden van de ene locatie naar de andere. Voorop een auto van de G.P. Amsterdam – die kenden immers de weg  – en 2 R.P. motorrijders achteraan.

Algauw moesten we via de ringweg van Amsterdam rijden terwijl de afstand hemelsbreed maar een paar kilometer was. Dit omdat er op veel plaatsen ongeregeldheden waren waardoor wij er niet meer door konden. Hierdoor moest ook de snelheid flink omhoog omdat we anders te laat bij onze locatie zouden komen.

Tijdens een koffiepauze in het Bureau van politie zagen wij echter op de televisie beelden van collega motorrijders die met stenen van de motor af gekegeld werden en met ambulances werden afgevoerd. We hebben toen meteen maar even het thuisfront gebeld want die zaten natuurlijk ook voor de televisie en konden niet zien wie er van de motor gekegeld werd.

Vanaf dat moment was het voor ons natuurlijk ook heel anders en werd de sfeer steeds grimmiger. Je moest constant het publiek in de gaten houden of zij mogelijk niet iets zouden gaan gooien. Gelukkig bleef het bij ons beperkt tot het opsteken van de middelvinger of het brengen van de Hitlergroet. Ook werd er regelmatig geschreeuwd maar omdat wij een helm ophadden hoorden wij niet wat zij riepen. Bij het rijden door de stad zorgde je er steeds voor dat je indien nodig snel achter of naast een auto kon rijden om b.v. stenen te kunnen mijden. Toen wij op een gegeven moment voorbij het Paradiso moesten rijden, waar een grote groep mensen verzameld waren, had ik het geluk naast een tram te kunnen rijden waarachter ik indien nodig kon schuilen.

Tijdens een bezoekje bij een ME peloton van het District Nijmegen die ergens in de stad achter de hand werd gehouden, overheerste vooral frustratie om niet in actie te mogen komen terwijl zij meekregen dat op sommige plaatsen in de stad de ME het zeer zwaar te verduren kreeg. Uit mobilofoonberichten bleek dat elders in de stad ME’ers goed in de problemen zaten. Zij konden echter geen traangas gebruiken omdat ze geen gasmaskers bij zich hadden. De Nijmeegse collega’s hadden die wel en boden het commandocentrum onmiddellijk aan ter plaatse te kunnen gaan. Maar het antwoord was kort en kil “Blijf. indien nodig hoort u van ons.” Later vernam ik dat zij dit die dag dat meerdere keren te horen hebben gekregen.

Toen onze stoet op een gegeven moment uiteenviel stonden wij met ongeveer 10 auto’s ergens in Amsterdam. Omdat wij echter alleen met codes werkte wisten wij niet waar we heen moesten en konden wij ook geen contact krijgen met de commandopost omdat onze mobilofoon in Amsterdam niet werkte. Gelukkig kwam er net een Amsterdamse college aanrijden die op ons verzoek bij de commandopost ging informeren waar wij naar toe moesten. Na herhaalde pogingen lukte het hem kennelijk niet om er tussen te komen want hij keek mij gefrustreerd aan en zei “Wachtmeester wat is het toch een mooie dag vandaag he. Succes” Vervolgens stapte hij op de motor en reed weg. Gelukkig kwam op dat moment onze “voorrijder” aanrijden die ons al had gemist.

Zwaar vermoeid doken we na afloop van een bijna 18 uur durende dienst de kantine van het bureau aan de Safatistraat in. Daar was het natuurlijk behoorlijk druk. Bierglazen waren er onvoldoende dus als we iets wilde drinken moesten we zelf maar achter glazen aan. Na deze eindelijk verworven te hebben togen we naar de bar om aan de barbediende te vragen deze te vullen. Echter nadat dit gebeurd was gaf hij deze breed lachend aan een hem kennelijk bekende officier met de woorden “alstublieft meneer dat heeft u wel verdiend” Dat ik toen 10 keer tot 10 moest tellen om te zorgen dat de glazen met inhoud niet door de kantine zouden vliegen zult u begrijpen. Ik twijfel nog steeds of ik het wel fijn moet vinden dat ik er die dag in Amsterdam bij mocht zijn. Theo Scholte. 


Geplaatst op
Met dank aan:
Hier kunnen jouw foto's, verhaal en of documenten staan. > Stuur ze in.
Help ons. Want alleen samen kunnen we er echt iets moois van maken.

Naar het artikel > Kroningsdag 30 april 1980