RP Logo ster 80 (VV)AVD Logo Sticker(V) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
ALGEMENE VERKEERSDIENST RIJKSPOLITIE
 
BROCHURE RP-Alex 40 jaar 2002


RPA40 voorblad2(7V)Hoofdstuk18. Door de jaren heen.

Zoals met wel meer onderwerpen was de toenmalige commandant van de AVD, de overste A.C. Vogel zijn tijd met medezeggenschap ver vooruit. Het leek hem begin jaren zeventig meer dan redelijk om medewerkers te betrekken bij zijn bedrijfsvoering. Uiteraard gingen vertegenwoordigers van de politievakbonden Nederlandse Politie Bond, Bond voor Christelijke Politie Ambtenaren, Katholieke politiebond St. Michael en de Algemene Politie Vereniging gretig in op zijn uitnodiging om met hem te overleggen.
Elke bond mocht twee vertegenwoordigers af vaardigen. Een lid en een plaatsvervangend lid. Er schieten mij een paar namen te binnen;
Piet Hertog, Peter op de Beek, Ben Vijge, Louis Querido en Pros Stellaard. Alleen de leden woonden het overleg met de staf bij. Voorzitter van dat overleg was vanzelfsprekend Cees Vogel. De stafleden waren het Hoofd Algemene Zaken en Hoofd Technische zaken. Van de stafafdeling woonde een stafadjudant - ik meen met vier stippen! - de vergadering bij. De onderwerpen die ter tafel kwamen waren nooit instemmend maar steeds adviserend van aard. Cees Vogel nam altijd ruim de tijd om uit te leggen waarom. Toen hij bij de Algemeen Inspecteur in Voorburg te kennen gaf met enige vorm van overleg en medezeggenschap te willen beginnen viel deze zowat van zijn stoel. Hij raadde Cees dringend aan daar heel voorzichtig mee te zijn. Want hoe konden politiemensen in vredesnaam meedenken en praten over onderwerpen waar de officieren en dus verantwoordelijken, eerst een studie aan de politieacademie voor hadden moeten doen.

Maar Cees liet zich niet uit het veld slaan en begon aan het overleg zonder toestemming van de Algemeen Inspecteur. Er werd voornamelijk over het werk gesproken. Beleid en financiën kwamen in het geheel niet aan de orde.
Wat heel leuk en ook link was dat we mee mochten praten over de benoeming van leidinggevende functionarissen.
Niet elke sollicitant was daar blij mee maar weigeren betekende in ieder geval dat je kansloos was. De vakbonden hadden sterke invloed op het dico gebeuren.
Je was namelijk namens de vakbond dicolid en dat betekende dus verantwoording afleggen. Er werd in dit verband ook gewaarschuwd niet in de valkuil te stappen van de persoonlijke belangenbehartiging. Cees Vogel deed daar zelf wel aan, want als het even kon dan gebruikte hij zijn dico als stok om de spreekwoordelijke hond te slaan. Meestal gebeurde dat wanneer hij in Voorburg bij de A.l. niet voor elkaar kreeg wat hij graag wilde. En Cees schuwde het zwaarste middel zeker niet als hij de dico op zijn hand wilde krijgen. In zo'n geval liet hij de dico leden "boven komen". In die tijd had dat begrip een onheilspellende klank.
"Boven" moeten komen betekende doorgaans dat je een bakkie aan de hand had. Cees Vogel stond je in zo'n geval meestal staande te woord waarbij hij zijn benen kruiste en wat heen en weer wiegde. Alsof hij voortdurend je woorden stond te wegen. Ik herinner mij meerdere keren dat Cees Vogel totaal gefrustreerd door de A.I. bij de dico zijn beklag deed. Door zijn emoties openlijk te tonen kon hij in ieder geval op heel veel meedogen en I steun van zijn dico rekenen. Zo’n moment gebruikte hij ook om zeer vertrouwelijke zaken mee te delen waar je als dico dan geen kant meer mee op kon. En zo bleef medezeggenschap in de zeventiger jaren beperkt tot de adviesfunctie en een voortdurend zoeken naar mogelijkheden om het begrip medezeggenschap ook echt die betekenis te geven. Toen de eerste verkiezingen kwamen waren we bij de AVD al heel ver en bracht regulering van medezeggenschap ons niet zo veel nieuws meer.

Dienstcommissie van de Algemene Verkeersdienst en de divisie mobiliteit KLPD Cees Vogel, de man met visie, werd opgevolgd door Cees Doornhein. Een totaal andere gesprekspartner voor de dico. De eerste keer dat hij het overleg voor zat kwam hij binnen in een ME tenue, ging joviaal schrijlings op een stoel zitten en sprak de gevleugelde woorden: "Ik kan ongeveer één uur serieus met u praten en daarna moet er in een ontspannen sfeer hartelijk gelachen worden."
Na deze uitspraak heb ik hem tijdens een vergadering nooit meer horen lachen, laat staan dat wij als dico-leden ons in zijn gezelschap ontspannen voelden. Gelukkig hadden wij Sandrina in ons midden, die ons vaak met haar vrouwelijke nuchterheid weer met beide benen op de grond zette. Inmiddels was het BOM (Besluit overleg en. medezeggenschap) van kracht geworden. Dit gaf de dico meer bevoegdheden. Maar. ach, doordat de dico zich met de strategie van de dienst bezig hield en zich op het hoogste niveau van de organisatie bewoog, werd de afstand naar de achterban steeds groter. Er moest steeds meer geïnvesteerd worden in "communicatie" want de collega's begrepen niet meer waar hun gekozen vertegenwoordigers zich mee bezig hielden. De organisatie moest een duidelijk voorbeeldgedrag vertonen. De eerste SP-0l diensten kwamen.

Snelheidscontroles, waarvoor Cees een deal met het ministerie had afgesloten en waarvoor de AVD werd gefinancierd. Het leek erop dat het middel verheven werd tot doel en het beleid viel steeds moeilijker uit te leggen. Iedereen diende zich aan de maximum snelheid van 120 km te houden. Wee je gebeente, als je zonder gebruik van je optische en geluidssignalen te hard reed. De boete moest je zelf betalen. Zelfs collega's van andere korpsen werden tijdens hun surveillance door de radar gepakt en kregen een schikking thuis. Dit zette kwaad bloed en deed ons imago geen goed. Er waaide duidelijk een andere wind door de organisatie. Na hem verscheen de legendarische, maar vooral sociale commandant Jelle Visser op het toneel.
RPA40 38f(7V)De AVD was inmiddels omgedoopt tot divisie mobiliteit van het KLPD en had daarmee haar zelfstandigheid verloren. Jelle had duidelijke opdrachten meegekregen. De verkeers- en waterpolitie moesten integreren en de Porsche moest verdwijnen. De bom sloeg in. Cees Vogel en Jelle Visser kwamen samen nog in het nieuws, waarbij Cees het behoud van de Porsche motiveerde en als held werd vereerd.
Bij de dico werd de druk opgebouwd om vooral mee te gaan met al deze nieuwe ontwikkelingen. Het was onomkeerbaar geworden. De collega's konden voor dit beleid geen enkel begrip opbrengen. Het enige wat wij nog konden doen was vertragen. Omdat het in die tijd ontbrak aan een duidelijke visie binnen het KLPD, werden er steeds meer beslissingen genomen op basis van emoties. Collega's kregen identiteitsproblemen en voelden zich niet meer thuis in de organisatie.
Waar de dico voor gewaarschuwd had gebeurde ook. De samenwerking tussen water en verkeer mislukte. De twee totaal verschillende culturen en werkwijzen verdroegen elkaar niet. De vertrouwde Porsche verdween uit het straatbeeld. Geen landelijke surveillance meer, maar trajectsurveillance werd het toverwoord. Er vielen letterlijk en figuurlijk ook slachtoffers. Jelle Visser was er helaas één van. Vlak. Voor zijn 50e verjaardag overleed hij plotseling. Een nieuw tijdperk brak aan met baas Hellemons aan het bewind. Alles moest anders. Het leek een zakken naar binnen, zakken naar buiten beleid. Maar Ad had charisma en wist hoe hij de medewerkers moest bespelen. Hij was vaak bij nachtelijke controles en in weekenden op de straat, het water of in de lucht te vinden. Door zijn enthousiasme: "De divisie mobiliteit is net een spannend jongensboek", veerden veel collega's weer op. Maar ook hij bracht een onheilstijding. Einde van het tweedaags dienstsysteem. Nou dat was nog niemand in al die jaren gelukt, dus dat zouden we nog weleens zien!!
Ach, u kent het resultaat. Wij hebben ons er als dico met hand en tand tegen verzet, argumenten verzameld, berekeningen gemaakt, maar het mocht niet baten. Achteraf vraag ik mij af of we er niet te veel energie in gestoken hebben. We durfden op het laatst geen enquête meer te houden over het voortbestaan van het systeem, omdat de mening van vooral de nieuwe collega's, in de loop van de jaren zo sterk was gewijzigd, dat er geen meerderheid meer te vinden was. Opnieuw de constatering dat de afstand tot de achterban te groot was geworden. Waren we wel goed bezig?

Medezeggenschap KLPD
Eind 1993 is uit de dico's van de Luchtvaartpolitie, Rijkspolitie te Water en Algemene Verkeers Dienst de medezeggenschapsraad Mobiliteit ontstaan. Later werd dat de dico Mobiliteit. In de beginjaren van het KLPD werden nogal wat saneringen uitgevoerd om de materiële zaken 'op orde' te brengen. Dat was nodig omdat alles wat er aan materieel was domweg niet betaald kon worden. Ik was er als voorzitter van de dico Mobiliteit bij toen Theo Boschert in Huis te Velde in Warnsveld aan het divisie MT een spreadsheet toonde.
Daaruit bleek dat meer dan de helft van de schepen van de waterpolitie niet meer betaald kon worden en daarom verkocht moest worden. Alsof er een atoombom ontplofte! Onder het personeel van water was de ontgoocheling groot. Nog geen maand later trof de Porsche hetzelfde lot en was de ontgoocheling bij de collega's van verkeer minstens even groot. Net als bij water werden er ook bij verkeer door de collega's tal van alternatieven aangedragen.
Niets mocht echter helpen. Van hogerhand was bepaald dat het moest gebeuren. de toenmalige divisieleiding had gewoon geen andere keus.
Het waren ook de jaren dat op twee plaatsen geprobeerd werd om water en verkeer in een afdeling met elkaar te laten optrekken. En in dat spanningsveld zaten medio 1994 de dertien vers gekozen dicoleden! Met die nieuwe ploeg gingen we in juni 1994 op teambuilding.
Op een voor dat doel gehuurde motorklipper werd het zogenoemde 'klipperaccoord' opgesteld. Een aantal uitgangspunten en te bereiken doelen die we als medezeggenschap wilden halen in de drie jaar die voor ons lag. Ik herinner me ook nog goed de invoering van een nieuwe reisregeling die in 1994 zoveel weerstand opriep bij de collega's van verkeer dat zelfs met stiptheidsacties werd gedreigd.

Er werd een deadline gesteld op 1 september om een fatsoenlijke regeling te bereiken. Laat in de avond van 31 augustus bereikten we als dico met Jelle Visser een accoord. De divisie Mobiliteit begon in 1995 aan het veranderingsproject 'Mobiliteit in beweging'. Ik zie Jelle Visser nog staan tijdens de startbijeenkomst in Champ Aubert. Jelle stond voor het uitspreken van een toespraak in buutreders ton. Toen hij zijn speech begon uit te spreken begon het ding ook nog te draaien. Ja, er werd wat bedacht in die tijd. Jelle Visser, de veel te vroeg in december 1995 overleden mensmanager. Begin 1996 werd de divisie leiding enkele maanden waargenomen door Cees Doornhein (ik herinner me zijn startnotitie, speels als Cees was, ondertekend in zijn wintersportplaats in Oostenrijk). In februari werd ik als voorzitter van de dico samen met Korpsdico voorzitter Ben Wiltink bij korpschef de Wijs geroepen. Wat wij er van vonden als het ministerie de heer Hellemons als divisiehoofd zou aanstellen. Ad was overigens wel een divisiehoofd die ook de medezeggenschap een echte plaats gaf in het besluitvormingstraject van Mobiliteit. De dico en later de onderdeelcommissie kregen bij Ad het gevoel dat het er ook echt toe deed wat aan argumenten ingebracht werd. de medezeggenschap werd serieuzer genomen dan in de jaren daarvoor. In het tijdperk Hellemons reden binnen een paar maanden splinternieuwe trekkers met oplegger binnen, de mobiele bureaus voor wat tegenwoordig Technische en Milieu Controles heet. Er kwam ook een (veel luxer) opvolger voor de Porsche, in de vorm van de Volvo T5.
Hellemons struinde persoonlijk de ministeries af om nieuw werk binnen te halen voor Mobiliteit. SWAB en WIMNL zijn daar voorbeelden van. In 2000 werd de Spoorwegpolitie bij het KLPD gevoegd.

RPA40 5Logo(7V)Er werd gedacht over de oprichting van een directie Transportpolitie naast de directie Recherche. Zoals bij veel voorbeelden was ook hierbij voor Hellemons het denken over, eigenlijk synoniem aan het uitvoeren van. Als hij vandaag een concept uitdacht dan werd het morgen al bijna uitgevoerd.
En dan de medezeggenschap. Begin jaren negentig moesten de diensten de eigen dienstcommissies inleveren voor schaalvergroting in de divisiedienstcommissies. Menig medezeggenschapper had het daar toen moeilijk mee. Water ging meespreken over verkeer, verkeer over water.
Ik herinner me daar nog een voorval waarbij Hans Leenheer, bijna het prototype van de verkeersman, optrad als woordvoerder in een technisch overleg over nieuwe schepen.

Verwarring alom bij de beleidsambtenaren waarmee de dico om tafel zat. De achterban heeft de divisie medezeggenschap in die jaren vooral ervaren als iets dat op afstand bezig was met onderwerpen waar de werkvloer toch niets aan had. Nu kantelen we weer naar diensten en heeft elke dienst inmiddels weer zijn eigen onderdeelcommissie. Ik krijg nu, na enkele maanden al, heel bemoedigende berichten over medezeggenschappers die weer veel dichter bij de achterban zitten. Ook vanuit de medewerkers hoor ik dat men hun medezeggenschap weer heeft ontdekt.
Sommige medezeggenschappers hebben er nu op hun beurt weer moeite mee dat ze de hete adem van die achterban in de nek voelen.

Maar, dat is een terechte hete adem. Het gaat tenslotte om vertegenwoordigend overleg over zaken die de achterban direct raken. In de afgelopen jaren is de medezeggenschap echt op de kaart gezet. De medezeggenschap heeft een onmisbare plaats ingenomen in de besluitvormingslijnen in het korps en in de diensten. Het is nu de kunst om de goede kanten van die verworvenheden vast te houden voor de toekomst.

Arie Brouwer, lid dienstcommissie van 1978 tot 1991.
Ben Wiltink 1985-1997
Klaas Kok
- lid en later voorzitter medezeggenschapsraad Mobiliteit 1992-1994
- voorzitter dico Mobiliteit 1994-1997
- lid onderdeelscommissie Mobiliteit 1997-2001

Naar > Menu Brochure RP-Alex 40 jaar