RP Logo ster 80 (VV)AVD Logo Sticker(V) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
ALGEMENE VERKEERSDIENST RIJKSPOLITIE
BROCHURE RP Alex 30 jaar 1992


RPA92 Voorblad(4V)Hoofdstuk 5. Pers Alex in gesprek met PAUL MEIJERS.
 
Paul verteld over het rijden met de bus met terroristen en gijzelaars van de France ambassade naar Schiphol in 1974.

In deze tijd komt de begeleiding van politiemensen die bloot staan aan schokkende gebeurtenissen goed van de grond. Het leek ons goed nog eens te laten zien hoe dat ging in 1974. Paul Meijers bestuurde de bus met Japanse terroristen met hun gijzelaars van de Franse ambassade naar Schiphol. Niet onvermeld mag blijven dat hem daarna de Koninklijke Onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau werd verleend.

Redactielid Roelof Oudman had het genoegen een avondje te praten met Paul Meijers, waarbij hij dié vragen stelde waarvan hij hoopt dat u ze ook gesteld zou hebben. Het resultaat, waarin Paul zoveel mogelijk zelf aan het woord blijft, moge even de spanning weer bij u in herinnering brengen.

Vrijdag:. 13 september.
De gijzeling was begonnen, ik had tweede dag. Ik hoorde het om ongeveer 19.00 uur, ik denk dat ik toen in de kantine was. Ik ben naar huis gegaan en heb zaterdag en zondag gewoon vrij gehad.
Maandag. 16 september.
Maandag ben ik om 11.00 uur begonnen. Toen hoorde ik pas dat personeel van mijn SE extra dienst had verricht. Om circa 14.00 uur ging ik op surveillance en ging dadelijk naar het H-traject. Via de mob werd om telefonisch contact verzocht. Toen ik bij Schiphol (D.L.) belde, kreeg ik te horen dat ik zo spoedig mogelijk naar Driebergen moest terugkeren. Ik vroeg waarom, maar dat kon men mij niet vertellen. Ik stond er niet bij stil dat ik onmiddellijk ingezet zou kunnen worden bij de activiteiten rondom de oplossing van het gijzelingsdrama. Mijn oudste zoon (Hans, 19 jaar) was een paar maanden naar Israël en in zo'n geval denk je meteen dat er iets met hém zou kunnen zijn.
Ik ben er dan ook voor dat bij iets dergelijks een paar woorden omtrent de reden van een dergelijk verzoek gezegd worden, zelfs al zou er werkelijk iets met mijn zoon aan de hand zijn. Het maakt je zo martelend onzeker. Danig in mijn piepzak dus, toch maar zo spoedig mogelijk terug naar Driebergen.
Ik moest met majoor De Wijs contact opnemen. Het valt pas op hoe lelijk gebouw C er van binnen uitziet, als je een keer in gebouw A moet zijn. Er hing een sfeertje van geheimzinnigheid toen majoor De Wijs begon uit te leggen in welk stadium de onderhandelingen met de Japanse terroristen in de Franse ambassade waren. De bus kwam ter sprake. Ik begreep onmiddellijk dat mij gevraagd zou worden of ik kandidaat wilde zijn om die bus te besturen. Mijn eerste reactie was: "m'n rug op", maar terwijl majoor De Wijs gewoon verder praatte, ging het door me heen dat er iets gebeuren moest. Dat stond vast, daar was ik vóór. Toen ik nog geen gevaar liep, was ik er tenminste sterk voor geweest, maar nu ik dat gevaar wèl liep, dacht ik meteen "m'n rug op".
Ik vond het meteen laf dat gedacht te hebben, dus ik zou me niet drukken. Ik was bereid. En toen kwam dan ook de vraag van majoor De Wijs of ik misschien bereid was. Allicht ...........

Piet van Wijk en Ton Dellebeke.
Van Piet van Wijk hoorde ik dat hij, evenals Ton Dellebeke, ook kandidaat was als "buschauffeur". Ton Dellebeke was naar huis gegaan, omdat het tijdstip van de "actie" nog niet bij benadering vaststond. Piet en ik besloten om dan daar maar eens samen op dienst te gaan en die richting maar vast te kiezen. We werden tegen het einde van de middag naar het Ministerie van Justitie gedirigeerd, waar we in de kantine een warme maaltijd konden gebruiken. Daar waren ook nog een paar andere maten (chauffeurs voor de Mercedessen) en met hen samen hebben we nog een poos zitten wachten. We waren toen behoorlijk ontspannen, althans, we maakten behoorlijk lol met elkaar. Om 20.30 moesten we naar Motel Sassenheim.

In Motel Sassenheim ......
was een vergadering tussen de Rijkswaterstaat, A.V.D. en alle bij het traject Den Haag-Schiphol betrokken politiekorpsen, over de organisatie van het afzetten van de betrokken wegen op het uur X. Piet en ik hadden daar geen boodschap aan. Wij zouden eventueel rijden, de overige organisatie lieten wij aan ter zake deskundige over ..... Na die vergadering kwamen overste Vogel en majoor De Wijs naar ons toe.
Het plan zou uitgevoerd worden. Tijdstip onbekend. Alle risico's werden doorgenomen. We werden nog met onze neus op het feit gedrukt dat we met de minister een gunstige financiële regeling voor eventuele nabestaanden moesten afspreken. Lekker opwekkend.
We konden niet in Motel Sassenheim slapen, dat was vol. Uiteindelijk konden we naar Hazerswoude.

In Hotel Groenendijk .......
was eigenlijk ook geen plaats meer.
Alles vol vanwege het Spel zonder Grenzen. Maar Aris had in de serre een paar bedden klaargezet, zodat we toch onderdak hadden. Na een slaapmutsje doken we onder de wol, maar nauwelijks lagen we er in of we werden er weer uitgebeld. Er was voor ons gereserveerd in het Badhotel in Scheveningen; voordat we daar aankwamen, was het circa 04.00 uur in de morgen. En dat nog wel terwijl men ons op het hart had gedrukt er vooral voor te zorgen dat we een goede nachtrust kregen omdat we op het uur X fit en uitgerust moesten zijn!

In het Badhotel te Scheveningen:en ......
was het een gezellige boel. Daar waren nu bijna alle A.V.D.-ers die iets met de oplossing van het gijzeldrama te doen hadden of zouden hebben - met uitzondering van de motorrijders - verzameld.
Dus voordat we in bed lagen, was het wel 05.00 uur. Ik geloof dat Ton Dellebeke er toen ook weer bij was, maar die kan ook dinsdagmorgen gekomen zijn, voordat wij opstonden.

Dinsdag:. 17 september.
Om 10.00 uur zaten we aan het ontbijt.
Hierna kregen we instructie in het rijden met de blauwe bus (van de J.A.D.). De versnellingsbak was niet gesynchroniseerd. Die instructie was dus verschrikkelijk belangrijk. (dubbel clutchen).
Na de instructie gingen we naar de Alexanderkazerne, waar al gauw ook de motorrijders voor begeleiding arriveerden. Er werd een lunch aangeboden. Ik kon al niet goed meer eten en Piet van Wijk geloof ik ook niet. We waren behoorlijk gespannen. Rond het middaguur werden we nog even afgeleid doordat we een paar rondjes met een K.L.M.-bus over het kazerneterrein mochten rijden, maar voor de rest was die middag een marteling. We misten elke vorm van begeleiding. Niet in de laatste plaats werd al ons zelfvertrouwen op de proef gesteld door de mededelingen van enkele collega's, die uit betrouwbare bron hadden vernomen dat één der betrokken autoriteiten zou hebben gezegd dat de chauffeur van de bus als afgeschreven zou moeten worden beschouwd. En dat weer een ander de chauffeur van de bus voor gek verklaarde. We waren teleurgesteld en verontwaardigd dat er wèl een psycholoog zich bezighield met de groep scherpschutters, omdat die toch op een afstand van 200 meter vanachter een zandzak op de juiste man zouden schieten, terwijl er kennelijk niemand bij stilstond wat er zou gebeuren als de chauffeur van de bus zijn zinnen zou verliezen. We dachten er over om er mee te kappen .....

Bart Heemskerk.
Toen we dat zeiden, stond Bart Heemskerk op. Hij bedacht zich niet, maar bood aan om onder alle omstandigheden de bus te besturen. Hij kreeg gelijk instructie in het rijden met die bussen. Majoor De Wijs kwam om een uur of vijf naar de Alexanderkazerne. Hij verzamelde iedereen om zich heen en zei in 't kort: "Het gaat voorlopig niet door, het zal wel morgen worden. We gaan een pilsje drinken, een warme hap eten en daarna de zinnen verzetten." Afijn, eindelijk zou er dus iets gebeuren om de gedachten af te leiden: MIS. Het eerste pilsje was nog niet getapt of een telefoontje gooide alle mooie plannetjes en onze warme hap letterlijk en figuurlijk overhoop.

Onmiddellijk naar Minister Van Agt.
Wij met z'n vieren naar Minister Van Agt. Het was druk in Den Haag (avondspits). Onderweg probeerden we Bart er van te overtuigen dat hij de consequenties beter moest overwegen. We beschouwden Bart unaniem als de chauffeur van de bus. Vanwege de drukte in Den Haag hadden we wel even werk om bij het Ministerie van Justitie te komen. We kregen daar dan ook prompt opmerkingen dat we zo laat waren. En toen moesten we nog een half uur wachten.
Terwijl de anderen in de Alexanderkazerne een lekkere hap nassi zaten te verstouwen, moesten wij zelf maar zien of we misschien in de kantine van het ministerie een broodje konden bemachtigen.

Het gesprek.
Minister Van Agt, Mr. Fonteyn, overste Vogel en wij vieren bespraken de voorwaarden en de risico's en het bedrag dat de eventuele weduwe van de chauffeur zou krijgen (fl. 250.000.-).
Op mijn voorstel werd daarbij nog de volgende afspraak gemaakt: de chauffeur van de bus zou tot op het allerlaatste moment op de hoogte gehouden moeten worden van het verloop van de onderhandelingen met de terroristen. Minister Van Agt zegde dit onmiddellijk toe.

Terug naar de kazerne.
Onderweg moest nog uitgemaakt worden wie er zou gaan rijden. In de auto ontstond nog dat riedeltje van: Bij Van Agt was het "geeft Agt", toen zijn we in een -van der- Stoel gaan zitten en hebben we een -den- Uiltje geknapt, op het laatst hadden we er Vredeling mee, want de Gaayes moest Fort, man.
Piet, Ton en ik waren nog zo verontwaardigd over het gebrek aan morele steun en begeleiding, dat er eigenlijk maar liever niet ..... Maar de knoop werd maar niet doorgehakt. Dat duurde voort tot we op de Alexanderkazerne terugkwamen. Dat wil zeggen: van Bart was het in ieder geval zeker dat hij het zou willen doen. Bij aankomst bleek het uur X te zijn aangebroken, dus nu móést de beslissing genomen worden.
Ik zag duidelijk dat Ton en Piet het niet zouden willen doen. Van mij uit gezien ging het tussen Bart en mij. Bart was zich volgens mij niet voldoende bewust van het grote gevaar, waaraan hij zou blootstaan. Bovendien vond ik dat ik als oudere politieman niet de verantwoordelijkheden moest overdragen aan een jongere. Ik was bang. Voor mezelf, maar zeker niet minder voor Bart. En daarom, ook omdat ik Bart's spontaniteit zo waardeerde, ging ik zèlf in die bus zitten. Geen overste Vogel of Minister Van Agt zette mij in die bus, maar Bart Heemskerk.

Frappant.
Ik werd niet op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen in de onderhandelingen, zoals Minister Van Agt beloofd had. Ik kreeg geen instructies meer, zoals overste Vogel beloofd had, over plaats van handeling, wijze van optreden, route in Den Haag en op Schiphol. Het maakte me zo onzeker. Ik had geen houvast. Ik kreeg het benauwd. Ik nam nog contact op met overste Vogel via de mobilofoon toen ik met de bus klaarstond in de nabijheid van het Lange Voorhout. Hij stelde me gerust, maar kon niet iemand sturen om even met me te praten.
Achteraf heb ik er wel begrip voor dat iedereen het druk had, dat er prioriteiten gesteld moesten worden. Maar de chauffeur - en of dat nu in de toekomst een helipiloot, een taxichauffeur of een cavalerist zal zijn - zou niet aan de achterste tiet moeten liggen.

De Rit.
Ach ja, de rit. Het ergste was de procedure bij het instappen. Gelukkig had overste Vogel me net op de valreep nog verteld dat de terroristen de ramen van de bus zouden stukslaan. Als ik dat niet geweten had, was ik wellicht in paniek geraakt. Maar voor de verdere rest moest ik maar zien .....
Nogmaals, ik was niet BEGELEID, ik kwam zelf op het idee om maar in het licht van de hal te gaan staan, zodat ze mij tenminste konden zien. Maar verder ....... Nou, en tijdens het rijden brak de spanning een beetje. Ik reed. En dat leidde me af. Ik rookte een sigaret, hoewel een terrorist me dat wilde verbieden. Maar hij kon de pot op. De rest weet iedereen wel zo onderhand.
Ik zou iedere beleidsfunctionaris, die ooit nog met zoiets te maken mocht krijgen, op het hart willen drukken: zorg dat diegenen die direct contact met de terroristen krijgen (wie dat dan ook zijn), tot aan dat moment psychologisch en moreel begeleid worden. Dat heb ik wel het meeste gemist.

Ik nam afscheid van Paul Meijers en bedankte zijn vrouw voor de lekkere koffie en gastvrijheid. Ik ging naar huis, wetende dat er nog een vraag overbleef. Maar Paul wist dat ook wel.
Alleen de Rijks Psychologische Dienst weet het niet, en zal het ook niet weten zolang het haar niet interesseert ook.
Toch kan het belangrijk zijn dat de vraag, die Paul zichzelf nog steeds stelt, eens beantwoord zal worden:
"WAAROM REED IK DIE BUS?"

door Roelof Oudman.

Naar menu > Brochure RP Alex 30 jaar 1992