RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
BROCHURE
DE VLAG IN TOP BIJ DE POLITIE


Inhoud van een boekje uitgegeven ter gelegenheid van de opening van het Groepsbureau aan de Driesprong te Rosmalen (voormalig gemeentehuis) van de groep Rosmalen.
 

RPG Rosmalen De vlag 1Het in gebruik nemen van ,,de Driesprong” als bureau voor de Rosmalense politie is eigenlijk een logische voortzetting van het gebruik van dit huis. Eerst als ambtswoning voor de burgemeester, later als gemeentehuis, derhalve altijd als een huis van waaruit nauwe banden werden onderhouden met de burgerij.

Vele inwoners hebben er elkaar het ja-woord gegeven.
Dat thans de politie, die de hulpverlening aan de ingezetenen in haar taakomschrijving heeft staan en die steeds duidelijker evolueert naar een in hoofdzaak lokaal opgestelde dienst als onderdeel van het overige gemeentelijke bestuur, in dit gebouw huisvesting vindt, betekent een eind aan een voor efficiënte taakuitoefening onvoldoende accommodatie.
Vanuit dit, aan de eisen van deze tijd aangepast, politiebureau is een optimale dienstverlening gewaarborgd.
Politie en burgerij wens ik van harte geluk met deze bijzonder goede en in alle opzichten toegankelijke huisvesting.
Mr. D. C. B. Burgers,
Burgemeester van Rosmalen.


RPG Rosmalen De vlag 2In aansluiting op het voorwoord van de burgemeester van Rosmalen feliciteer ik de groep Rosmalen van het Korps Rijkspolitie met de riante huisvesting die thans officieel in gebruik genomen wordt.
Graag spreek ik mèt hem de hoop uit, dat het een centrum wordt van dienstverlening aan de burgerij en aan het lokaal bestuur van Rosmalen zowel als van Nuland.
Wel wil ik aan de totstandkoming van dit groepsbureau de vurige wens verbinden, dat deze eerste fase - die ik erg belangrijk vind - op zeer korte termijn gevolgd wordt door de tweede en afrondende fase n.l. een definitief postbureau in de gemeente Nuland.
P. J. A. Schwiebbe Burgemeester van Nuland.
 
 
RPG Rosmalen De vlag 3NIEUWE BEHUIZING VAN HET GROEPSBUREAU VAN DE RIJKSPOLITIE TE ROSMALEN.
Einde 1952 stelde de toenmalige Gewestcommandant van het Korps Rijkspolitie te ‘s-Hertogenbosch aan de Algemeen Inspecteur voor om een nieuw Groepsbureau te Rosmalen te bouwen. Dat was in de tijd dat de gemeente Rosmalen nog lang geen 10000 zielen telde.
Na vele besprekingen zowel met de gemeente Rosmalen als met de overheid kwam het nieuwe bureau tot stand aan de rijksweg. Het maximale bedrag voor de bouw bedroeg toen f 85.000.—. Op 20 januari 1958 werd het gebouw door de Rijksgebouwendienst opgeleverd en vrijwel direct daarna door de groep in gebruik genomen.
Zoals bekend groeide de gemeente sterk in inwonertal, hetgeen aanzienlijk meer werk voor de politie meebracht, waardoor uitbreiding van personeel noodzakelijk werd.
Het gevolg werd, dat ik in 1970 heb voorgesteld om de woning direct naast het bureau gelegen in gebruik te nemen als bureau. Dit lukte en in 1976 werd voorgesteld de tweede woning bij het bureau te trekken.
Het waren stuk voor stuk noodmaatregelen om toch zoveel mogelijk de politiedienst goed te doen functioneren en aan de bevolking dienstig te kunnen blijven.
Dank zij de grote inzet van de Burgemeester van Rosmalen en de Groepscommandant is het mogelijk geworden, dat de Rijkspolitie het oude gemeentehuis in gebruik kon krijgen.
Nu is het dan zover dat de groep is verhuisd en - naar ik veronderstel - thans de beschikking heeft over een groepsbureau dat zijn weerga in den lande niet kent.
Mij past een woord van dank aan allen die ertoe hebben bijgedragen om de groep Rosmalen op zo’n voortreffelijke wijze te huisvesten.
Van harte feliciteer ik alle inwoners van Rosmalen en de leden van de groep Rosmalen met de ingebruikneming van dit fraaie pand.
Van ganser harte spreek ik de hoop uit, dat deze nieuwe huisvesting zal bijdragen tot een nog betere dienstverlening aan de bevolking van Rosmalen en dat zij trots kan blijven op dit imposante politiebureau.
De Commandant van het District,
Th. C. G. J. M. Vrjhoef.


RPG Rosmalen de vlag 4Wij zijn gestart.
Na het voorwoord van de Burgemeesters van de gemeente Rosmalen en Nuland en de Commandant van het district ‘s-Hertogenbosch van het Korps Rijkspolitie, mag ik als commandant van de groep Rosmalen met u openhartig gaan praten, over een aantal onderwerpen verband houdende met de opening van onze nieuwe huisvesting in het bijzonder en daarnaast het functioneren van uw politie in het algemeen.
Als eerste dus onze nieuwe huisvesting. Laten we het niet onder stoelen of banken steken dat we bijzonder gelukkig zijn met ons nieuwe onderkomen, al moet ik er direct aan toevoegen dat dit nog niet voldoet aan al onze verlangens, maar daarover straks. Een stukje geschiedenis mag er hopelijk wel bij, al is het nog maar jonge geschiedenis.
Ruim één jaar geleden kwam ik, zoals toen gebruikelijk, op maandagmorgen de politieperikelen bespreken met burgemeester Molenaar. In dat gesprek bracht deze naar voren zijn bezorgdheid betreffende de vernielingen welke werden gepleegd aan het leegstaande voormalige gemeentehuis door de jeugd. De meesten van u zal bekend zijn dat dit gebouw op 9 januari 1977 leeg was gekomen. Over de bestemming van dit gebouw waren wel geruchten, maar een definitieve bestemming was nog niet bekend. Ik vroeg burgemeester Molenaar of een beslissing over de bestemming van dit gebouw in de nabije toekomst was te verwachten, daar het een onmogelijke taak was voor de politie om dat gebouw constant te bewaken. Er bleek op dat tijdstip nog geen bestemming voor dat gebouw te zijn. Bij de aanvaarding van het commando in de groep Rosmalen was ik geconfronteerd geworden met een groepsbureau dat in het geheel niet aan de eisen van deze tijd kon voldoen en ik was meerdere keren met de betreffende ambtenaar van de rijksgebouwendienst in gesprek geweest op welke wijze dat gebouw aan de minimumeisen kon worden aangepast om een betere wijze van werken in de groep te bevorderen. Het bleek echter op zodanige moeilijkheden te stuiten, dat gezegd kon worden dat het goed geld weggooien was naar een slecht resultaat. Daarom vroeg ik aan burgemeester Molenaar wat deze er van dacht om dat gebouw te bestemmen tot huisvesting van de politie.
Ik kan u zeggen, dat zijn reactie direct was, daar sta ik achter. Met de voortvarendheid hem kenmerkend, heeft hij de handen aan de ploeg geslagen. Nog dezelfde week wist hij de commandant van het district naar Rosmalen te halen en gedrieën bekeken we het gebouw.
Het zag er verschrikkelijk uit, want een oud gebouw wat meer dan een jaar leeg staat en waar bovendien een groot aantal vernielingen in zijn aangebracht geeft geen florissant aanzien. Niettemin stemde de districtscommandant er mee in om de zaak bij Rijksgebouwendienst aan te kaarten. De ambtelijke molen was derhalve in werking gebracht en toen begon het gevecht over het bedrag dat voor de inrichting mocht worden besteed. Dat dit een gevecht op het scherp van de zwaard was, laat zich in deze tijd van bezuiniging van de overheidsuitgaven gemakkelijk raden. Berekening en nog eens berekening en daarbij herinrichting volgde tot eindelijk het gemeentebestuur het sein tot uitvoering op groen kreeg. Inmiddels was met burgemeester Molenaar overeengekomen dat de opvangeenheid Rosmalen van de staf van het district haar onderkomen kreeg in dit gebouw. Daarmede werd voorkomen dat nog meer vernielingen werden aangericht.
Wanneer we de tijd van aanpassing c.q. verbouwing van dit pand ook nog even de revue laten passeren, dan kan ik u zeggen dat er geen meevallers waren. Het is nogal eens zo, dat wanneer we in een nog bruikbaar kledingstuk een nieuw gedeelte zetten, dat het er kort bij opnieuw afscheurt. De verwarming bleek niet alleen geheel onvoldoende, maar daarbij nog zodanig dat aanpassing niet mogelijk was, dus eruit en een geheel nieuw systeem, dat wat zuinigheid en doelmatigheid betreft zeker zijn vruchten zal afwerpen. De gehele goot van het gebouw bleek zodanig slecht te zijn, dat de loodgieter er niet eens in mocht om de benodigde reparaties te verrichten. De gemeenteraad werd gevraagd een crediet te verlenen voor vervanging, wat door de vroede vaderen zonder slag of stoot werd gegeven.
De plafonds in enkele kamers bleken niet te repareren, dus moest een nieuw aan te brengen verlaagd plafond worden gemaakt.
Zo bleek de mooie wit marmeren vloer in de beneden gang niet te repareren en moest naar een andere oplossing worden uitgezien.
Al met al, dus nogal wat hoofdbrekens, maar nu het dan is voltooid mag het resultaat gezien worden. Een woord van, erkentelijkheid mag hier zeker niet ontbreken aan het college van Burgemeester en Wethouders en de Raad van de gemeente Rosmalen, alsmede aan de ambtenaren van de gemeente met de uitvoering van de verbouwing belast. Ook aan de rijksgebouwendienst van ons goede Zuiden in ‘s-Hertogenbosch en al die andere mensen die het geheel opnieuw gestalte hebben gegeven door hun werk.
,,Villa ,,De Driesprong” leeft weer”, hebben meerdere mensen in Rosmalen mij gezegd, want zoals het gebouw er de laatste jaren leeg en donker bijstond was geen fraai aanzicht in de bebouwde kom van het centrum.
Voor ons die er gaan werken hoop ik, dat dit gebouw meer arbeidsvreugde mag gaan betekenen en voor de bevolking van de gemeenten Rosmalen en Nuland wens ik, dat de dienstverlening van de politie aan de mensen optimaal mag functioneren.
Wat betreft het nog niet voldoen van de inrichting van het gebouw aan onze verlangens het navolgende. Voor het verblijven van die personen, welke tijdens onderzoeken ten dienste der Justitie ter beschikking van de politie moeten worden vastgehouden, zijn nog geen onderkomens in dit gebouw aanwezig. Derhalve zal steeds hiervoor een beroep op de commandanten van andere groepen c.q. onze buren van de gemeentepolitie behoren te worden gedaan. Echter hopen wij, dat gemeente en het Ministerie van Justitie binnen zeer korte tijd fondsen kunnen vinden om ook dit te realiseren, zodat wij niet meer van anderen afhankelijk zijn.
Misschien zullen er onder u zijn die zeggen, is zo’n gebouw voor onze politie wel nodig. Laat ik u dan even in vogelvlucht mee door het ge- bouw nemen. Wanneer u het bureau door de voordeur binnenstapt en dat is de enige ingang voor de burgers, met uitzondering van degenen van u die zich in een invalidewagen moeten verplaatsen, dan vindt u rechts een kamer met een balie, waar u gevraagd wordt naar het doel van uw komst. Is het voor een gevonden of verloren voorwerp dan kan dit direct worden afgedaan. Heeft u echter andere zaken met de politie te regelen, dan wordt er een ambtenaar met uw zaak belast en is er een kamer waar u rustig geholpen kunt worden. Waar voorheen de vroede vaderen onzer gemeente vergaderden werkt nu de politieambtenaar aan zijn schriftelijk werk en in de voormalige kamer van B en W houdt de rayoncommandant toezicht op de uitvoering van de dienst. Waar voorheen de gemeentebode zetelde wordt voor ons de koffie bereid en in het houten bijgebouw is een theoriezaal en een opslagplaats gevestigd.
Op de eerste verdieping is de administratie, de recherche en de verhoorkamer, alsmede een kamer voor de commandant, de vervanger en de ambtenaar belast met het toezicht op de vreemdelingen. Op de bovenste verdieping heeft de opvangeenheid zijn onderkomen gevonden. De gehele indeling is ruim opgezet en wel zodanig dat bij eventuele calamiteiten we niet direct met de handen in het haar zitten. Buiten het aanbrengen van de arrestanten-verblijven behoeven we zeker niet de eerste jaren op de overheid een beroep te doen voor uitbreiden van het gebouw, al zal misschien aanpassen aan gewijzigde omstandigheden noodzakelijk zijn.
Laten we nu eens gaan bekijken wat uw politie in deze leefgemeenschap voor taak heeft en laten we daarbij even het gebruikelijke bonnetje, dat meestal volgens velen ten onrechte wordt gegeven, buiten beschouwing laten.
In onze grondwet is vastgesteld, dat we recht hebben op gelijke bescherming van personen en goederen.
De Nederlandse Politie werkt hieraan daadwerkelijk mee. Alleen zou dit voor haar een ondoenlijke taak zijn. Alleen zijn wij voor de vele moeilijkheden van deze tijd machteloos, doch door samenwerking met vele andere diensten, zoals de Raad voor de Kinderbescherming, het maatschappelijk werk, de sociale diensten, de brandweer, de G.G.D., de kruisverenigingen, de pastores en nog vele andere instellingen, zijn wij in staat dikwijls de helpende hand te bieden.
De tijd van de veldwachter ligt ver achter ons en hoeveel goede herinneringen er misschien daaraan nog een glimlach te voorschijn doen komen, de harde realiteit van een en ander maakt dat het een vereiste is, dat we voorkomend maar daarnaast zakelijk en beslist optreden.
Als burgers mogen we daarbij niet vergeten, dat de politie in zijn geheel een instituut is van wethandhavers. Er wordt zo dikwijls gezegd van een waarschuwing was beter geweest, maar wie beoordeelt dat?
Laten we vele dingen waar wij, als politie-instantie, mee te maken krijgen eens nader bekijken. De hond of honden van meneer X veroorzaken voor de straat veel overlast. Er wordt met rede geklaagd en de politie wordt ingeschakeld. Wanneer op dat moment de politie daadwerkelijk optreedt, dan zal meneer X dat de politie niet in dank afnemen. De man zag de door zijn honden veroorzaakte overlast niet in, want dan was de politie niet tussenbeide geroepen. Ik wil hiermee zeggen, de politie staat altijd tussen twee partijen en daarbij is meestal het geval, dat de verongelijkte partij het hardst schreeuwt en de andere partij van de gedachten uitgaat, de politie deed haar werk en daar hoeft geen ophef over gemaakt te worden, want daar betalen we hun werk voor.
En dat onze mensen dikwijls aan kritiek blootstaan, wil ik u proberen duidelijk te maken uit een aantal praktijkgevallen.
Jantje van 11 of 12 jaar trekt zich niets aan van zijn moeder, die gescheiden leeft van zijn vader. Moeder heeft natuurlijk al het nodige geprobeerd om Jantje in het door haar als recht bekeken spoor te houden. Als Jantje voor de zoveelste keer ‘s-avonds om elf uur nog niet thuis is, terwijl zijn mama weet waar hij is, belt zij de politie. Haar verzoek is om Jantje even uit die of die gelegenheid te halen en bij haar thuis af te leveren. Natuurlijk wordt op dit verzoek door ons niet ingegaan. Als eerste zouden we dan daarmee - vooral in de weekenden - dagwerk krijgen enten tweede, daar is de politie niet voor. Er zijn in zulke gevallen genoeg kanalen om tot resultaat te komen zonder optreden van de politie. Daarbij rijst de vraag, is het optreden van de politie tegen ons Jantje rechtmatig en wat te doen als onze Janneman door de politie aan de voordeur afgeleverd is er door de achterdeur weer tussenuit knijpt. Ten aanzien van deze moeder (in dit geval) is het echt niet, Blij dat er politie is”.
Na een brand in een bedrijf, waar brandweer en politie in nauwe samenwerking het geheel van de schade binnen de mogelijkheden hebben gehouden, blijft een gedeelte overeind. De brandweer is klaar en rukt in. Het algemeen gevaar is ook voorbij, maar er blijft een aantal goederen van het bedrijf, waarin de brand woedde, onafgesloten liggen. Als dan de dienstdoende ambtenaar van politie zegt tegen de bedrijfsleiding, dat deze moet zorgen voor veiligstelling van hun goederen, dan denkt men dat daar de politie voor is. Wij zeggen dan onzes inziens terecht, dat wij daarvoor niet zijn, maar dat het bedrijf zelf voor hun eigen spullen moet zorgen.
Bij een voorval van brand, wordt het optreden van de politie ook niet gewaardeerd, als wij een straat afzetten en het publiek op ruime afstand houden. De burger staat er liever met de neus bovenop en het gevaar wordt op de koop toegenomen, totdat er brokken van komen, want dan is het commentaar: ,,De politie had moeten optreden”.
Dat is bij ongevallen in het verkeer ook keer op keer het geval.
Vele omstanders drommen rond de slachtoffers en de voertuigen die erbij betrokken zijn en degene, die hulp moeten verlenen en de zaak moeten uitzoeken, werken er zeer moeilijk door.
Het gevaar, dat het overige verkeer op zo’n weggedeelte loopt, laten we dan nog maar buiten beschouwing. Ik stel me voor dat het voor de slachtoffers ook geen pretje betekent om, machteloos liggend, te worden aangegaapt door een nieuwsgierige menigte medemensen.
Zo zijn er nog vele voorbeelden aan te halen uit de praktijk, maar dat zou ons te ver voeren. Op dit moment mag ik ruim 34 jaren werken bij de Nederlandse Politie en ik zeg er eerlijk bij:
,,Ik doe mijn werk met plezier”. Terugkijkend zeggen mijn kinderen weleens, dat ik na mijn diensttijd een boek zou moeten schrijven over mijn ervaringen. Ik geef dan steevast als antwoord: Wanneer ik dat zou doen, zou niemand geloven, dat het waarheid was. Zij zouden eerder zeggen, hij heeft een goede duim om uit te zuigen”.
Terugkomend op het hiervoor aangehaalde, wil ik u eerder vragen, niet te snel negatief te reageren. Bekijk eerst eens de zaak van alle kanten en wanneer u dat gedaan heeft zal uw reactie heel anders zijn.
Ik wil hiermee zeker niet zeggen, dat het optreden van de politie altijd zonder fouten is. Bedenkt u echter wel, dat in ons land er altijd instanties zijn, waar een gerechtvaardigde klacht tot de bodem wordt uitgezocht. Wij schuwen echt geen gerechtvaardigde kritiek. Wij zijn er voor u en niet andersom.
Aldus Adjudant van der Meij toenmalig groepscommandant van de landgroep Rosmalen.

Reacties op de hierboven getoonde foto's graag mailen naar info@rijkspolitie.org.
Help ons want alleen samen kunnen we er echt iets moois van maken.


Naar > overzicht documenten distict 's-Hertogenbosch