RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Op pad met . . . . Oom Agent,

(Een baldadig verhaal. . . .bij de mobiele eenheid)

Ik waarschuw u alvast maar. Het wordt een verhaal met een baldadig eind, dat u van de politie vast niet gewend bent.

Het jaar 1969 staat mij nog helder voor de geest. Ik was nog niet zo lang bij de politie en moest nog een heleboel ontdekken èn meemaken !

In juni 1969 werd het voormalige district Leiden van de Rijkspolitie, waar ik werkte, opgeheven en samengevoegd met het district Den Haag. Dat had gevolgen, niet alleen voor de leiding van beide districten en voor het lagere personeel, maar ook voor de mobiele eenheden van beide districten.

Een mobiele bestond toen uit vier groepen variërend van 10 - 12 man. Ja, toen deden er nog geen vrouwen mee. Twee eenheden van pakweg zo’n 50 personeelsleden samenvoegen dat zou dus samen zo'n 100 mensen bij elkaar zijn, maar dat gebeurde niet. Er werd een nieuwe mobiele eenheid van 50 personen, euhh . . man, samengesteld uit de beide districten. Ik kwam terecht in groep 3, die alleen bestond uit mensen uit de Bollenstreek met Oegstgeest en Rijnsburg. Groep 4 bestond uit mensen van de andere, zuidelijke, kant van Leiden, zoals: Leiderdorp, Hazerswoude, Voorschoten, Boskoop en Nieuwkoop.

In 1969 werd ook gestart met de Centrale Opleiding Mobiele Eenheden bij de rijkspolitie. Omdat er nog geen vast onderkomen was begon men in de najaars- en winterperiode in vakantieoord 'De Westerbergen' in Echten, destijds eigendom van de Rotterdamse Havenbedrijven.

Het was even wennen. Met 10, 11 of 12 man in de Renault ME-bus naar Drente met 'halverwege onderweg nog even een 'koffiestop’ in een of ander restaurant ergens in de buurt van Zeist of bij Zwolle.

Daarna met frisse moed door naar Echten om zo rond een uur of 12 daar aan te komen en een slaapplaats te zoeken. We werden ondergebracht in bungalows met een uitstekende accommodatie. Zoiets had ik van mijn werkgever niet verwacht. In iedere bungalow werden, afhankelijk van de grootte van de appartementen, vier, vijf of zes mensen ondergebracht. Het was voor mij allemaal nieuw, de meesten hadden al eens deel uitgemaakt van een ME-peloton en zij dachten iets van de opleiding te kennen, kregen in eerste instantie gelijk.

Er werd geoefend met verschillende commando’s zoals met de kreet:         ME, Uit de wagens: NU!

Daarna optreden in formaties, linies en diagonalen naar links en naar rechts. We gebruikten nog steeds de oude helmen van staal die volgens kenners nog door onze militairen voor de 2e wereldoorlog gedragen waren. De helmen van het Amerikaanse type met een binnen- en een buitenhelm kwamen later. Ook kwam het oefenen met traangas en gasmaskers aan de orde. Het werd dan ook ruimschoots gebruikt en de verhalen in kranten dat Drentse boeren huilend van ons traangas de koeien moesten melken: dat kon best wel eens waar zijn ! Maar al snel bleek dat er ook aan psychologische oorlogvoering werd gedaan. Een ‘van rijkswege verstrekte deskundige’ een psycholoog met de graad van doctorandus trachtte ons uit te lokken tot het gebruik van geweld om daarna ons om de oren te slaan met allerlei reprimandes als het uit de hand was gelopen. Hij werd serieus ondersteund door de directeur van de opleiding bijgestaan door een paar instructeurs of, zo u wilt docenten, die praktisch alle oefeningen op video vastlegden om ons daarna te overtuigen dat we toch echt over de schreef waren gegaan. Door ons werden deze fratsen onverdeeld aangeduid als ‘mentale opdonders’. Zo ging tijdens een sessie een collega compleet over de rooie omdat er opzettelijk een politiepet vernield werd waarvan hìj dacht dat het zìjn pet was.

Soms hadden wij in de avonduren ook nog wel een oefening of een of andere uitleg. Wij werden ook wel gedropt. Het gebeurde in die tijd ook dat wij ’s avonds op een afstand twintig tot dertig kilometer afstand van ons kamp in kleine groepjes geloosd werden en maar moesten zien hoe wij lopend terug kwamen. Een kompas en een doosje lucifers was het enige wat we mochten meenemen. We werden soms gefouilleerd om te zorgen dat het eerlijk gebeurde. Deze activiteiten werden ’s avonds ruimschoots nabeschouwd in de vrije uren, als we die hadden, in een van de grote bungalows. Dat nabeschouwen gebeurde meestal onder het genot van al dan niet alcoholische frisdrank of zelfs wat zwaardere vloeistof als een jonkie of een cognakkie.

Omdat nooit het hele peloton zo ver van huis weg moest gingen we met maar twee groepen naar Drente toe. Eén groep van het voormalige Haagse district en één groep van het voormalige Leidse district. Omdat de rijkspolitie namelijk ook de taak had regerings-gebouwen te bewaken zoals de 1e en 2e kamer, bleef dus de helft van het peloton altijd dicht bij huis.

Zo kon het gebeuren dat wij op een avond vonden dat de twee groepen moesten verbroederen. Er werden ruimschoots anekdotes verteld, nieuwigheden uitgewisseld en moppen getapt. De stemming steeg en ja . . . . misschien daalde het pijl wel een beetje.

Een van ons had een groenkleurige fles met geestverrijkend vocht mee van huis genomen. Anderen dronken gezellig een biertje mee en ja, er wordt ook nog alcoholvrij geschonken. In ieder geval: iedereen had het naar zijn zin en de avond werd in gepaste vrolijkheid doorgebracht. Ja het werd zelfs nacht en op een gegeven moment vonden er collega’s dat men op de camping moest horen dat ME-ers van het zojuist verbroederde district Den Haag aanwezig waren. Er werden deksels , potten, pannen en pollepels gebruikt om zingend, eigenlijk was het meer joelend, de camping over te lopen. Dat duurde wel even totdat wij, ja ik deed ook mee, tot de conclusie kwamen dat het nu wel genoeg was geweest en dat alle huidige bewoners op de camping, alleen collega’s eigenlijk, nu wel wisten dat de ME van het nieuwe district Den Haag verbroederd aanwezig was. Maar er moest nog wel even worden afgewassen. Met ons allen natuurlijk, want we konden de bewoners van deze bungalow niet met de ruïne laten zitten. Aldus gebeurde. Een van de afwassers had nog een grapje, nou ja grapje ? Hij vroeg in het algemeen: “Hebben jullie wel eens een vliegende schotel gezien ? Nee ? Nou kijk maar, daar gaat er een !” Toen was het genoeg. We hebben de rommel opgeruimd en zijn, wat later, naar bed gegaan.

Achteraf gezien was het wel een beetje beschamend dat politiemensen dit konden doen en het is daarna ook niet meer bij ons voorgekomen, want er hoefde tenslotte maar één keer verbroederd te worden.

Toch denk ik er nog wel eens aan. Als ik aan het afwassen ben en twee pannendeksels in mijn handen heb. Dan denk ik “Tsjeng. . . .tsjeng” of ik zie ze soms vliegen als ik een schotel of bord afdroog.

Ssssst. . . . Niks tegen mijn vrouw zeggen hè ?

Oom Agent.


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.

Reacties op dit verhaal graag naar info@rijkspolitie.org