RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
De politieloopbaan van Gerben Zijlstra oftewel van
adspirant tot commandant Verkeersgroep Frieslân.


Hoofdstuk 3. De Verkeersgroep Leiden.

Toen we onze reguliere studie en de verkeersopleiding voltooid hadden, hebben wij: Jan van Dalen, Thomas Zwemer en Gerben Zijlstra onafhankelijk van elkaar, gekozen om geplaatst te worden bij de verkeersgroep Leiden. Hoe dit kon gebeuren?

Tijdens de verkeersopleiding werden we voor de keus gesteld een standplaats te kiezen uit de volgende verkeersgroepen: Amsterdam; Utrecht (Bilthoven;) Dordrecht; ’s-Gravenhage of Leiden.

De toenmalige commandant van de verkeersgroep Leiden was toen examinator “elektrotechniek” en tijdens die examens kwam Leiden als eerste keus uit de bus met de waardering : ”sympathieke commandant verkeersgroep”. Bovendien heerste er in die jaren een grote woningnood. Vooral in de grote steden was te verwachten dat in de overige genoemde steden NIET gemakkelijk een geschikte woning beschikbaar zou komen. Na ongeveer een jaar “ in de kost “ te zijn geweest bij de familie Jabobus Smit kwam een duplexwoning beschikbaar omdat de bewoner daarvan (een belastingambtenaar) naar Brabant ging. Omdat dit een Rijksvoorkeurswoning betrof, kwam die woning ook vrij voor een rijksambtenaar.

Het toeval wilde dat we alle drie tegelijkertijd in Leiden met de trein arriveerden. Geen van ons wist de weg en dus gingen we met een taxi naar de Herengracht no.20 in Leiden alwaar het districtsbureau en de verkeersgroep gevestigd waren. Voor zover nu nog bekend waren in 1958 de hierna te noemen personeelsleden in dienst in het districtsbureau en de verkeersgroep Leiden.

Bezetting districtsbureau Herengracht 20 in Leiden in december van het jaar 1958:
Distr. Cdt. Leiden: Lic.crim Van der Meulen.
Staf: Mobilofonist:Paul Kouprie, Hfd. Adm.: Gieske en Adm.:Scholte.
Comm. Verkeersgroep Adj. Toon Bot.
v.v. Com. Owm Joop Timmerman, Owm. Hessel Kluwstra, Owm. Toon Goossen, Owmr. Arie Meijer.
Wmr./wmr.I. Frans Bruggeman, Janvan Dalen, Pietvan Graas, Jan Harkema, Klaas Helmhold, Paul Meijers, André van Kaam, Gijs Klomp, Arie Kraakman,Ton Keller, Jan Kuijn, Izaak Leemans, Wout Leeuwerk, Gerrit Oosterbroek, Theun van Opijnen, Piet Peijsel,,Louw,Quist, Stoffer Tienstra?, Leen Verzijl?, Klaas Vos, Joop Warrink, Jaap Westerop en Thomas Zwemer.

Nadat we ons hadden gemeld moesten we op zoek naar een kosthuis om in ieder geval voor de nacht een slaapplaats te hebben. Van Dalen en  Zwemer  waren vrij snel “onderdak” doch ik moest nog even geduld hebben. Uiteindelijk kwam ik in de dezelfde Sumatrastraat op een adresje doch een ander nummer dan de eerder genoemde twee. Ik had het wat de kwaliteit aangaat niet zo best getroffen, want bij het avondeten zat er meer prei aan de buitenkant van de pan, dan in de pan en bij het uitpakken van mijn koffer op de voor mij bestemde slaapkamer wilden de overige bewoners ook even meegraaien in mijn spullen. Omdat intussen de avond was gevallen, moest ik daar de nacht wel doorbrengen en gelet op de eerste “kennismaking” is dit bij een éénmalig bezoek gebleven. De volgende dag kwam ik op een prima adres bij de familie Smit in de Lombokstraat. Ik zou daar ongeveer een jaar blijven voor ik een woning in Leiden  kon betrekken. Ik kwam in een rijksvoorkeurswoning terecht aan de Meerburgerkade no.16. Een ambtenaar van de rijksbelastingdienst was verhuisd naar Brabant en kwam de woning vrij voor een opvolgende rijksambtenaar en dat was ik.

Het werkelijke leven als rijkspolitieambtenaar was voor ons begonnen. Na de eerste kennismaking met alle collega,s etc. kregen we door de toenmalige groepscommandant Bot een opschrijfboekje en een “anilinepotlood “ uitgereikt. Deze attributen hadden we nodig om onderweg verkeersovertreders op te schrijven. Ik was daarin niet de beste leerling en dat werd me al snel duidelijk gemaakt.

Met het anilinepotlood  (tegenwoordig om praktische redenen in onbruik geraakt) moesten we de nodige aantekeningen  maken in het “van  rijkswege verstrekte notitieboekje” want het geschrevene met dat potlood was nagenoeg niet onzichtbaar met gum uit te wissen, behalve als het nat werd want dan vloeide het als een onleesbare inktvlek ineen. De rechter hechtte in een voorkomend geval grote waarde aan de ter plaatse opgemaakte aantekeningen. Als je dus als getuige moest verschijnen bij de Kantonrechter, moest het opschrijfboekje meenemen, want hij kon er naar vragen.

Het gebruik van de balpen in de officiële  correspondentie  is pas later na vele proefnemingen goedgekeurd. De eerste van rijkswege verstrekte balpen werd op naam uitgereikt door de groepscommandant nadat je een handtekening had geplaatst op de uitgiftelijst. Als de vulling van de leeg was kreeg je nieuwe vulling.

We raakten al snel ingeburgerd tussen alle prettige collega’s: hoewel ik wel enige moeite had met “het van huis zijn”. Niet omdat ik niet van huis kon doch ik had nogal zorgen om het “thuisfront”. Ik was namelijk al getrouwd voor ik naar de opleidingsschool in Arnhem ging. Mijn schoonmoeder was ernstig ziek en mijn vrouw werd de spil waar alles om draaide, inclusief de bijkomende werkzaamheden van de kapperszaak van mijn schoonvader.

Na het overlijden van mijn schoonmoeder werd zij gecremeerd in het enige toen bestaande crematorium in Driehuis-Westerveld. Ik kreeg bij uitzondering toestemming van de schoolleiding  (de toenmalige majoor Proot) om met de trein naar genoemd crematorium te reizen onder voorwaarde dat ik na de plechtigheid terstond terug zou reizen naar Arnhem en mij bij binnenkomst meldde bij de aanwezige portier. Het was niet toegestaan om eerst naar Leeuwarden te reizen teneinde mijn vrouw naar huis te begeleiden. Emotioneel een beladen beslissing waaraan ik nog dikwijls terug denk, mede omdat ik bij terugkomst aan school slechts de verplichte avondstudie nog kon doen. Zo was echter de toen heersende discipline van de opleidingsschool in Arnhem.

Het was een schril contrast met prettige opvang in Leiden. Ook daar wachtte mij een zeer prettige verrassing want op de eerste kerstnacht van 1958 werd mijn eerste kind, een zoon, geboren. Daar kon en mocht ik wel bijzijn !!! De toekomst zag er rooskleurig uit. Tot 1960

Ik was op surveillance met Wout de Leeuwerk en aan het einde van de dienst werd altijd de auto afgetankt, toen we per mobilofoon werden opgeroepen. We werden dringend gevraagd onmiddellijk  terug te keren naar het bureau. Verdere mededelingen werden niet gegeven omdat de mobilofoon gemakkelijk kon worden afgeluisterd door onbevoegden. Onderweg  naar het bureau speculeerden we over allerlei mogelijke oorzaken voor het terugroepen, doch bij aankomst aan het bureau kregen we het bericht te horen wat wij niet voor mogelijk hadden gehouden. Een surveillanceauto van onze groep was onder Zwammerdam tijdens de uitoefening van hun dienst tegen een boom gereden waarbij de bestuurder Wmr.I. Jaap Westerop zwaar gewond is geraakt en de mede-inzittende Owmr. Gerrit Oosterbroek is gedood.  De verslagenheid was enorm.


Zijlstra H3  (2) (V)
Zijlstra H3  (3) (V)


Zijlstra H3  (4) (V)


Zijlstra H3  (1) (V)Oosterbroek is  met Korpseer begraven op de begraafplaats Rijnhof in Oegstgeest (nabij Haagse Schouw).
Van links naar rechts (in uniform): Owmr. Kluiwstra; Wmr. Kuijn; Wmr.  Van Asch; Owmr. Goossen;
links daarnaast Wmr.Zijlstra, Owmr. Meijer. Achter de bode: Owmr. Timmerman (in burger).


We moesten natuurlijk met z’n allen weer verder en zo langzamerhand werd de sfeer op de groep weer “normaal”.


Zijlstra H3  (5) (V)De eerste Technische Patrouille Wagen (T.P.W) in gebruik in Leiden.

Zijlstra H3  (6) (V)
Reconstructie. Op deze foto treed ik op als figurant in plaats van de verdachte van vernieling.
De vraag was of de vernieling gepleegd door de man achteraan vanaf deze plaats wel zichtbaar was?
(zie stuurwieltje op de linker mouw)


Ook In het district Leiden werd er natuurlijk volop aan sport gedaan, ook in “eigen tijd“.  Zijlstra H3  (7) (V)
Adj.Sauer was hoofd sportinstructeur in het ressort ‘s-Gravenhage waarvan het District Leiden deel uitmaakte. Owmr. Oudeman was sportinstructeur in Leiden. Onder hun leiding werd het hele jaar door getraind (ook in eigen tijd) voor het behalen van de vaardigheidsproeven, een soort tienkamp, bestaande uit atletiekproeven, zelfverdediging, zwemmen etc. De wedstrijden vonden plaats conform de eisen vastgesteld door het NOC –NSF.  

Zijlstra H3  (8) (V)
De eerste maal dat je het diploma behaalde, kreeg je een diploma met een daarbij behorende draagmedaille In brons en een gratificatie als boven omschreven tevens stimulans voor de eigen inzet. Het volgende jaar bestond de beloning uit een nummertje 2 dat kon worden bevestigd aan het lint van de eerder behaalde medaille + een gratificatie van vijftig gulden, vervolgens een zilverkleurige medaille met weer vijftig gulden beloning; daarna het cijfertje 4 met vijftig gulden en tot slot een “gouden” plak met wederom een beloning van vijftig gulden.

Ik zal u niet verder vermoeien met alle sportprestaties, want buiten deze inspanningen hield ik veel van schaatsen en kaatsen (een oeroude sport die veel beoefend wordt in Friesland maar ook in het Westen).


Zijlstra H3  (9) (V)De foto voor deze reclame is gemaakt door de technische recherche van het district den Haag op verzoek van de Algemene Inspectie.


De Werkwijze bij de Verkeersgroep Leiden in 1958.

We hadden een aaneengesloten dienst van 8 uren per dag. De bezetting werd zodanig gekozen dat de spitsuren onder de surveillance tijd vielen. We gingen van huis met een boterham en drinken voor onderweg en gingen dat in de auto nuttigen na of voor de spitstijd, maar zeker niet tijdens de spits, want dan was er volop werk te doen! Het eten was ondergeschikt aan het werk. Er gebeurden veel ongevallen! Ongeveer 3000 doden per jaar. Dit getal moet worden afgezet tegen de toen heersende omstandigheden.

De autosnelwegen bestonden amper; wel autowegen. Er was nog geen middenbermbeveiliging of andere beveiliging op of langs de wegen. Ik herinner mij nog zeer goed het hierna volgende: De toenmalige rijksweg no. 4 (Amsterdam – Den Haag) bestond uit twee rijbanen en elke rijbaan uit twee rijstroken. De beide rijbanen werden van elkaar gescheiden door een soort smalle middenberm met een soort  heg- begroeiing. Komende vanaf Amsterdam in de richting Den Haag , ging voorbij de afrit naar  Oegstgeest, de twee rijbanen over in één rijbaan verdeeld in drie rijstroken. Elke rijrichting had de beschikking over één rechter rijstrook. De middelste rijstrook diende als inhaalstrook voor het verkeer in beide richtingen. Er was bovendien geen snelheidsbeperking! Het laat zich gemakkelijk raden welk een gevaarlijk weggedeelte dit was!

Het was in de bollentijd. Erg druk op de weg. Mooi weer, toen een jongeman met een Mercedes, die hij  ongevraagd van zijn vader had meegenomen, in de richting  Den Haag reed met een enorme snelheid frontaal op Citroën ID21 botste waardoor hij het leven liet. Kennelijk probeerde hij hoe snel hij kon rijden met de auto van pa. De familie in de Citroën die gezellig in Nederland was en de bollenvelden en Keukenhof wilden bewonderen werd zwaar gewond in het ziekenhuis opgenomen. De bestuurder daarvan kon pas na ongeveer ¾ jaar als een invalide terug naar zijn huis in België.  Ik zal u als lezer verdere details besparen.

Toen de Technische Patrouille Wagen (T.P.W.) zijn intrede deed was dat een zeer welkome accommodatie om mee te werken, ook bij nacht. Je had de beschikking over ruime verlichting units, foto-uitrusting, allerlei soorten gereedschappen, een uitgebreide EHBO koffer, bevrijdingsapparatuur, weegapparatuur, tapleymeter, schrijfmachine, bankschroef, afzetmateriaal, ja zelfs een tankje met water en een aggregaat om stroom op te wekken waren aanwezig. Een combinatie van een rijdend bureau met een rijdende garage. Op het dak kon je een hekje opklappen als steun om eventueel vanaf het dak het verkeer te regelen of overzichtsfoto's te maken. De omgeving kon je verlichten met 4 aan te sluiten breedte lichtstralers. Als bijkomend voordeel was dat je een plaatselijke collega met fiets en al kon meenemen naar de ongevalsplaats of terug brengen naar huis.  Vooral bij slecht weer kon je ter plaatse aanmerkelijk beter je werk doen; vooral het eerste schrijfwerk.  De auto kreeg in de volksmond als snel als bijnaam “patatwagen”, omdat hij opviel door de geribbelde carrosserie.  Bovendien was de snelheid niet erg hoog omdat hij door de uitgebreide uitrusting altijd beladen en het motorvermogen niet al te hoog was. Als ik het nog goed weet was het interieur met de uitrusting  een ontwerp van Owmr. De Groot.  Een compliment waard ! 

De TPW was tevens een zeer gewaardeerd stuk totaal gereedschap bij de keuring van de praalwagens van het beroemde bloemencorso van de Bollenstreek. Alle te versieren  trekkers, aanhangwagens en ander rollend  materieel werd uitgebreid aan een technische keuring onderworpen, waarbij speciaal werd gelet op te verwachten wieldruk, koppelingen, brandgevaar, veiligheid van de zitplaats voor figuranten. e. d.  De controles vonden plaats voor, tijdens de opbouw  en voor  het  vertrek van de wagens als dat laatste nog nodig was.

De bollentijd was ook voor de verkeersgroep Leiden een drukke tijd! Zodra Keukenhof open ging, hadden we geen weekeinde meer vrij. Een drukke, tot zeer drukke tijd, maar gezellige tijd.  Niemand mopperde dat hij gedurende ongeveer 6 weken geen vrij weekend had. We wisten het en daar hield iedereen rekening mee.

Zijlstra H3  (10) (V)Foto links boven: Collega’s van de groep Lisse. Links naast mij: wmr. Theo Spelt van de groep Oegstgeest.
Foto links onder: Deze praalwagen droeg toevallig de  naam Friesland.
Foto rechts onder: De jongetjes achter op de motor zijn twee zoontjes  van collega Paul Meiers.
Ik stond stil. Wel een witte motor, zonder kuip!

Alvorens ik begin met een nieuw hoofdstuk, nog even het volgende:
 
De Introductie van de Technisch Controleurs.
Ongeveer tegelijk met de komst van de eerder omschreven TPW, werd ook de Technisch Controleur (T.C.) geïntroduceerd.  In het kader van de toenmalige bezuinigingen, werd een tweekoppige politiebemanning (surveillance-eenheid) , teruggebracht van één politieambtenaar en één technische burgerambtenaar. De T.C.’s waren burgerambtenaren die een technische opleiding (monteurs opleiding) hadden genoten. Ze waren veelal afkomstig uit garagebedrijven, militairen, Rijksluchtvaartdienst etc. Na een omscholingscursus op o.a. de verkeersschool in Bilthoven werden ze te werk gesteld bij de verkeersgroepen in Nederland. Ze waren niet bewapend en waren gekleed in een uniform dat geen gelijkenis had met het Rijkspolitie-uniform.
Generaal gesproken was de taakverdeling van een TPW bemanning zodanig dat de politieambtenaar de patrouillecommandant was en verantwoordelijk voor het strafrechtelijke deel van het onderzoek en de T.C. voor het autotechnische deel. Deze twee -deling bleek niet altijd even gemakkelijk. Vooral voor de oudere collega’s bleek het moeilijk te accepteren een deel van het onderzoek “uit handen te geven.”
Na verloop van tijd ging de samenwerking steeds beter. Ze werden bewapend (gummistok), kregen een beter gelijkend uniform en kregen meer bevoegdheden. Na verloop van tijd waren ze volledig ingeburgerd en waardevolle collega’s die op uiteenlopende functies binnen het Korps uitstekend functioneerden. Ook namen zij binnen hun taakgebied deel aan de begeleidingen, vooral bij wielerrondes.

Naar > menu politieloopbaan G. Zijlstra.